RAH Schepenbank Lummen nr. 97
12 mei 1570 - 27 juni 1591
Gichten Brabants recht buiten
vrijheid
Titelpagina
Inceptust est
hic liber anno XVc LXXVII (1577) sexta septembris a me Henrico
Gerardino secretaris
Dit boek is
begonnen op 6 september 1577 door mij, Henricus Gerardi secretaris.
P. 2v
Register op
letter J.
P. 3
...... (vervolg
van een testament) Hij/Zij is zijn verstand en vijf zinnen nog goed machtig,
maar hij is ziek van lichaam. Hij bedenkt wat wij allen moeten sterven, maar
dat we het uur van de dood niet kennen. Daarom wil hij voorzien zijn als zijn
uur komt en hij maakt ongedwongen van iemand en met zijn vrije wil hetgeen God
hem heeft verleend in zijn testament. Hij herroept eerdere testamenten en wil
dat dit testament eeuwig in zijn kracht zal blijven. Hij beveelt aan God
Almachtig zijn ziel en aan het hele hemelse heir en zijn lichaam aan de gewijde
aarde. De fabriek van Sint-Lambrecht binnen Luyck krijgt een stuiver eens voor
zijn onrechtvaardig goed voor het geval dat hij er een onwetend zou bezitten.
De vier biddende orden krijgen elk 1 stuiver, de pastoor en de koster ook elk 1
stuiver eens.
Hij maakt voor
zijn ziel aan de H. Geest van Coerssel voor de armen eens de som van 300
carolusgulden die te trekken zijn aan Jan Reyners voor zijn tocht. Hij maakt
nog aan Henrick Convents alias Bolaerts kinderen voor een aalmoes een stuk
broek geheten 'het Galgen Broeck'. Hij maakt nog aan zijn oom Tomas Mentens
voor zijn kinderen een bos geheten 'den Scaer Bosch'; nog aan de kinderen van
zijn 'moyen' Lysken Mentens zaliger een stuk broek geheten 'den Bosch Beempdt';
aan Jan de kreupele zoon van Lijske voorschreven een bed. Hij maakt nog een
mutsaardmijt zoals die gehouwen ligt op het voorschreven bos aan zijn
schoonvader Jan Reyners. Zijn andere roerende goederen maakt hij om ermee een
eerlijke uitvaart te houden. Hij wenst dat zijn moye Dingen en Kyn Diericx
kinderen zullen staan in de plaats van hun moeder. Al zijn andere goederen
zullen na de dood van zijn lieve moeder gaan naar waar ze van 'goedts weegen'
moeten gaan en altijd zullen de kinderen staan in de plaats van hun ouders die
overleden zijn. Dit is gebeurd bij Jan Reyners in de hof waarbij aanwezig waren
de eerbare en discrete mannen Peeter Merttens, Servaes Vanden Put,
Peeter Van Ham, Huybrecht Beckers, als getuigen. Ondertekend op datum als boven
door frater Guilelmus Hapert pastoor. Deze voegt nog een tekst toe in het
Latijn waarin hij als pastoor van de kerk voorschreven bevestigt dat het
testament zo werd gedicteerd. (Guilielmus = Willem en hij noemt zich naar
zijn geboorteplaats 'Hapert' in Nederland. Het gaat om Willem Jans volgens
Marcel Lens. Hij was pastoor van Koersel.)
1576, 28 april.
P. 9r
Exhibitie van
het testament van Francisij Stas.
Op 9 februari
1576 heeft Servaes Vanden Putte een testament ingesteld dat gemaakt is door
Frans Stas en hij wenste dat het volgens recht zou behandeld worden. Er is
gewezen ter 'conde' en als de konde was gedaan werden de notaris en de getuigen
onder eed verhoord op de waarachtigheid van de inhoud. Puteanus verzocht dat de
schepenen zouden wijzen dat de meier gemaand heeft. De schepenen wijzen, omdat
niemand iets tegen dit testament zegt of opponeert en de notaris en de getuigen
akkoord gaan met de neerlegging, dat het zal van waarde gehouden worden en
voldoende volgens recht geproefd is.
Testament van
Franciscus Stas.
In 1575 op 8
december, de derde Roomse indictie van het bisdom van onze aartsvader bij de
gratie Gods Gregorius paus van Rome, in tegenwoordigheid van mij parochiaan van
de parochiekerk van S. Bryde (Sinte Brigida) in Coerssel onder het bisdom Luyck
in tegenwoordigheid van de getuigen die hiervoor geroepen zijn, verscheen de
eerbare man Frans in eigen persoon. Hij is ziek van lichaam maar toch nog goed
van verstand zoals bleek. Omdat iedereen moet sterven, maar men niet weet
wanneer, wil hij ongedwongen en met vrije wil van zijn wettige huisvrouw Lijnke
Merttens, zoals ze zei, van hetgeen God hen verleend heeft, zijn testament
maken. Hij herroept eerder gemaakte testamenten of uiterste willen indien er
gemaakt zijn. Hij wil dat dit testament zal eeuwig in kracht blijven, zelfs
indien er clausulen in vergeten waren. Dit moet nagekeken worden, zodat het
zijn waarde behoudt voor zowel wereldse als geestelijke rechters. Hij beveelt
zijn ziel aan God almachtig en aan het hele hemelse heir. Zijn lichaam moet in
gewijde aarde begraven worden. Aan de kerk van Sint-Lambrecht binnen Luyck
geeft hij een halve stuiver eens voor zijn onrechtvaardig goed indien hij
onwetend een zou bezitten. De vier biddende orden krijgen elk 1 stuiver eens,
de pastoor en de koster elk 1 stuiver eens. Hij maakt en laat toe dat zijn
huisvrouw Lijnke alle erven en haven mag verkopen om daarmee al haar schulden
te betalen en de wederschulden. Van hetgeen overblijft zal ze mogen leven en
haar vrije wil ermee doen. Lijnke maakt op haar beurt aan haar man Frans
hetzelfde. Dit is gebeurd aan het 'Lazarus huysken op die Scrickheyde' in
aanwezigheid van Lenaert Van Heyst, mr. Jacop Bertten, Jan Neesen als getuigen.
'Aldus onderteeckent'; 'et ego Guilielmus Hapart ecllesie antedicte
curatus....'. Hierna volgt nog de tekst in het Latijn die waarschijnlijk enkel
bevestigt dat het testament zo werd gemaakt.
1676, 08 maart.
P. 10v
Servaes Vanden
Putte heeft het testament ingesteld dat gemaakt is door Heylwich Maech en een
'ceel' waarin staat de schuld van Bartholomeuwis Moens en zijn uiterste wil
daarachter met instemming van zijn huisvrouw Heylwich. Hij wenst dat dit
volgens recht zal behandeld worden. Dit is ter konde geweest en de partijen
werden gekondigd, maar er verscheen niemand om er iets tegen te zeggen. Daarop
verzocht hij aan de heren of dit voldoende gehandeld was. De meier heeft de
schepenen gemaand. De schepenen wijzen - vermits de getuigen dit onder eed
bevestigden - dat het voldoende geproefd is.
Testament van
Heylwich Maech.
In 1575 op de
laatste van december, de derde Roomse indictie van het pausdom van paus
Gregorius XIII in Rome verscheen voor de pastoor van de parochiekerk van S.
Bryde in Coorssel onder het bisdom van Luyck en de getuigen de eerzame vrouw
Heylken Maechs in eigen persoon. Ze is gaande en staande en heeft nog een goed
verstand en is haar vijf zinnen machtig zoals bleek. Ze overdenkt dat we allen
moeten sterven, maar dat we het uur ervan niet kennen. Daarom wil ze
vooruitzien en uit vrije wil van hetgeen God haar heeft verleend haar testament
maken zoals volgt. Ze herroept eerder gemaakte testamenten en uiterste willen
indien ze die zou hebben. Ze wil dat dit testament eeuwig in zijn kracht en
waarde zal blijven zoals dat hoort voor testamenten gemaakt door overleden
personen, zowel voor wereldlijke als geestelijke rechters. Ze beveelt haar ziel
aan God Almachtig en aan het hele hemelse heir en haar lichaam aan de gewijde
aarde. De fabriek van Sint-Lambrecht binnen Luyck krijgt 1 stuiver eens voor
haar onrechtvaardig goed indien ze er een zou hebben, maar het niet weet. De
vier biddende orden krijgen elk 1 stuiver, de pastoor en de koster elk 1
stuiver eens. Ze maakt nog en wil dat haar zoon Dionijs zal vooruit hebben, uit
de gerede have eens, de som van 400 carolusgulden en dan verder met zijn zuster
gelijk de rest van de roerende goederen samen delen. Voor deze 400
carolusgulden zal Dionijs voorschreven uit al de Brabantse goederen van Heylke
voorschreven moeten blijven. Dit is gebeurd aan haar huis voor de deur bij 'den
ass hoep' in aanwezigheid van Franco Smeets en Jan Giels als getuigen.
En ik Guillielus
Hapert pastoor van de voorschreven kerk zegt in het Latijn daat hij dit
testament geschreven heeft zoals zij het hem vertelde. Hij heeft er een publiek
document van gemaakt.
Hierna volgt de
bijhorende 'schedule'.
Dit is het geld
van Bartholomeuwis Moens zaliger dat de volgende personen aan hem schuldig
zijn:
o
Vaes
Oriaens 50 rynsgulden
o
Dezelfde
van het verloop 3,5 rinsgulden (Deze twee lijnen zijn doorstreept en er
staat bij dat op 9 oktober 1607 Anna Moens bekent dat het voldaan is.)
o
Peeter
Maechs Heylkens broeder 90 rinsgulden
o
Peeter
Cloesters 50 rinsgulden
o
Dezelfde
nog van het verloop 7
rinsgulden
o
Dezelfde
nog van 15 schapen het stuk gekocht voor 38 stuivers (Jan Moens als momber
van Nijs Moens heeft deze voorschreven rinsgulden ontvangen van Jan Vanden
Hocken in de naam van Peeter Closters.)
o
Peeter
Dillen 25 rinsgulden (Opden IX 8bris 1607 betaald.)
o
Servaes
Keenens 30 rinsgulden
o
Peeter
Paels 31 rinsgulden
o
Peeter
Beckers 20
rinsgulden
o
Dezelfde
nog van 11 halster koren
o
Jacob
Vanden Briel 44 rinsgulden (Op 9 oktober(?) kwijt Anna Moens, die
succedeert in de haeffelijke goederen van Dionijs Moens, Jacob Vanden Briel van
de voorschreven schuld.)
o
Symon
Beckers van een half mud koren 5
rinsgulden
o
Dezelfde
nog van 'haveren' 4 rinsgulden
o
Henrick
Winnens 3 halster koren
o
Jan
Scricx 5,5 halster koren
o
Hubrecht
Dillen van garen 6 rinsgulden min 1 stuiver
o
De
man van Maestricht 20 'seen wollen' en 3 pont
o
Andries
Seyssens 4 rinsgulden
o
Goessen
Voegelers 6 rinsgulden min 3 stuivers
Dit is zijn
maaksel.
Dit is de wil
van Meuwis Moens en Heylken zijn huisvrouw dat Nijs hun beider zoon zal vooruit
hebben 400 carolusgulden.
1676, 05 april.
P. 11(2)v
Servaes Vanden
Putte heeft op 8 maart 1676 ingesteld het testament dat gemaakt is door Peeter
Tomas van Ham en Lynken zijn huisvrouw tijdens hun leven. Hij wil dat het
volgens recht behandeld wordt. Is gewezen ter konde. Op 5 april daarna zijn de
partijen 'voorts geheyst' of ze er iets tegen wilden inbrengen. Er is niemand
verschenen of er iets tegen ingebracht. De getuigen met de notaris werden
ondervraagd en verklaarden onder eed dat het testament zo gemaakt is. de
schepenen hebben gewezen dat het testament van waarde wordt gehouden en
voldoende geproefd is.
Testament van
Petrus Tomas en zijn vrouw Catharina Wynen.
In 1575 op 13
juli, de derde indictie van het bisdom van onze vader paus Gregorius XIII van
Rome, verschenen voor de pastoor van S Brye in Coerssel onder het bisdom van
Luik in tegenwoordigheid van getuigen Peter Tomas van Ham en Lynke Wynen zijn
huisvrouw. Peeter is gezond en sterk, maar Lynke is ziek van lichaam maar ze
heeft nog een goed verstand zoals bleek. Ze overdenken dat wij allen sterven
moeten maar dat we niet weten wanneer. Daarom willen ze het uur van de dood
voorkomen en hebben met goede voorzienigheid en onbedwongen en met vrije wil
hun testament gemaakt van hetgeen dat God hen heeft verleend. Ze herroepen eerdere
testamenten zodat het tegenwoordig testament zijn volle kracht zal bezitten en
eeuwig van waarde blijven, niettegenstaande dat er enige clausules zouden
vergeten zijn. De testateurs zullen tevreden zijn dat men die er nog wil
inzetten opdat het zijn kracht zal behouden volgens wereldlijk en het
geestelijk recht.
Ze bevelen aan
God almachtig hun zielen en aan het hele hemelse heir en hun lichaam aan de
gewijde aarde. De fabriek van Sint-Lambrecht binnen Luyck krijgt 1 stuiver eens
voor hun blind onrechtvaardig goed indien ze er een zouden hebben zonder het te
weten. De 4 biddende orden krijgen elk 1 stuiver eens, de pastoor en de de
koster elk 1 stuiver eens. Ze maken aan haar neef Jan Vaes 25 carolusgulden om
daarvoor een eerlijke uitvaart te doen en de familie en de buren de 'montcost'
te geven. Haar neef Jan Notens en haar nicht Maria, de dochter van Willem
Huyben, krijgen elk als een 'elmusse' (aalmoes) en een eeuwige
gedenkenis die som van 25 carolusgulden. Indien een van deze 2 kinderen zou
sterven, zal de langstlevende het geld samen hebben. Voor hun ziel willen ze
dat eens 2 mudden roggen voor de armen zijn: een mud in Ham en het andere in
Coorsel te verdelen. De boekweit die voor de goederen op het veld staan, half
in Ham en half in Coerssel zijn 'te spinden' en de erwten ook voor de armen.
Een stukje gerst aan Jan Creemers om zijn kind daarmee te onderhouden. Nog
maken ze een half mudde rogge erfelijk aan de armen in Ham en dat aan een
zekere som van geld te halen, namelijk 200 carolusgulden die hij in Ham te
trekken heeft. Deze zullen de vrienden (familie) over hebben indien zij het
koren willen goeden (schenken) en gelden (betalen) jaarlijks 'oft
dat sij van deesen twee hondert gulden soe veel den heyligeestmeesters geeven
tot dat sy sullicx connen geroepen'. Ze maken nog aan O.-L.-Vrouw van Coersel
eens 16 carolusgulden of 16 stuivers jaarlijks daaraan; al hun 'gereede have' (roerende
goederen) maken ze aan de moeder van Peeter en hiermee moet ze al de
schulden betalen.
Dit is geschied
in hun buiten stalleke waar Lynke voorschreven ziek lag. Getuigen: meester
Jacop Bertten en Jan Neessen. Ondertekend door Guilielmus Hapert, pastoor van
de vernoemde parochie en schrijver van dit testament die enkele regels toevoegt
in het Latijn.
1576, 22 november.
P. 14v
Puteanus heeft
in de naam van en voor Ffranck Swinnen ingesteld het testament dat gemaakt
heeft Judith Swinnen en hij wil dat het door het recht behandeld wordt. Het is
ter konde geweest en er werd tegen geopponeerd zoals te zien is in het prothocolle
scabinorum.
Testament en
uiterste wil van Judith Swinnen van Coirsel.
In de naam des
heeren Amen. In 1576 op 15 oktober, 'der indicie onssen ertsche vaders byden
gratie Godts Gregorius paus van Romen, die vierde in mijnen parochiaens der
parochie kercke van Sinte Bryde tot Coerssel ondert bisdom van Luyck'
tegenwoordigheid en de getuigen hieronder met mij genoemd present verscheen de
eerbare 'maget' Juta Swinnens in eigen persoon. Ze is ziek van lichaam, maar ze
heeft nog haar verstand en is haar vijf zinnen machtig zoals bleek. Ze heeft
ongedwongen en met haar vrije wil haar testament gemaakt van hetgeen dat God
haar verleend heeft zoals volgt. Ze herroept eerder gemaakte testamenten en wil
dat dit testament eeuwig in zijn kracht zal blijven zoals dat hoort bij
overleden personen, zelfs indien er clausulen aan ontbreken die noodzakelijk
zijn. Het moet van waarde blijven voor wereldlijke en geestelijke rechters. Ze
beveelt haar ziel aan God almachtig en aan het hele hemelse heir en haar
lichaam aan de gewijde aarde. Ze maakt aan de fabriek van Sinte Lambrecht
binnen Luyck voor haar onrechtvaardig goed indien ze enige had dat ze niet weet
1 stuiver eens; aan de vier biddende orden geeft ze elk 1 stuiver eens, aan de
pastoor en koster elk 1 stuiver eens. Ze maakt nog aan Oyken, de dochter van
haar broer, met zijn zusters en broers, indien het God zijn ouders
verleende, haar kindsdeel van een beemd en haar gedeelte van bos. Hiervan
zullen de ouders, namelijk Vranco Swinnens broer van Juten voorschreven en zijn
huisvrouw Truyken gebruikers en tochtenaars blijven zolang ze beiden leven.
Verder zullen alle broers en zusters de rest minnelijk delen. Dit is gebeurd
ten huize van Vranco voorschreven bij het vuur waar ze ziek lag. Hierbij waren
aanwezig Jacob Bertten en Mathys Bellekens als getuigen. De pastoor verklaart
weer in het Latijn dat hij dit schreef 'et ego Guilielmus Hapert antedicte
ecclesie curatus' als een publiek document.
1577, 13 juni.
P. 16r
Servaes Vanden
Putte heeft ingesteld het testament en de uiterste wil zoals gemaakt is tijdens
het leven door Peeter Van Ham. Hij vraagt om het wettelijk te behandelen. Is
gewezen dat men de partijen kondigen zal. Op 27 juni verklaart Puteanus die
konde gedaan te hebben aan Jan Van Ham, Jan Convents, Daniel Claes, Huybrecht
Dillen. Van deze partijen heeft niemand iets tegen dit testament gezegd. Daarop
verzocht hij approbatie van het testament. Op 29 augustus nihil dus blijft het
staan op approbatie in het rolboek. Heer Guilielmus Hapart heeft op zijn
priesterlijke borst gezworen dat het testament zo gemaakt is. Dat bevestigt ook
Jacob Bertthen, getuige. De schepenen wijzen op correctie vermits niemand iets
tegen het testament zegt en de getuigen bevestigen dat de inhoud overeenkomt
met hetgeen gezegd werd. Het is uitvoerbaar.
Testament van
Peter Van Ham.
In 1577 op 24
maart verscheen voor de pastoor van de parochiekerk van Sinte Brye in Coersel
onder het bisdom van Luyck en getuigen onder te noemen Peeter Van Ham in eigen
persoon. Hij is nochtans ziek, maar heeft nog zijn verstand en is zijn vijf
zinnen machtig, zoals bleek. Uit vrije wil en met vrije wil van zijn huisvrouw
Elizabeth Inde Molen maakt hij zijn testament en uiterste wil kenbaar. Hij
herroept eerder gemaakte testamenten opdat dit testament zijn kracht niet zou
verliezen. Hij wil dat dit eeuwig zal geldig blijven, zelfs als er bepaalde
clausules zouden ontbreken. Die mogen er nog ingezet worden opdat het van
waarde zou blijven. Blijft het niet van waarde voor wereldlijke rechters, dan
moet het toch zeker geldig blijven voor geestelijke rechters. Hij beveelt aan
God en aan het hele hemelse heir zijn ziel en zijn lichaam aan de gewijde
aarde. De fabriek van Sinte Lambrecht binnen Luyck krijgt een halve stuiver
eens voor zijn onrechtvaardig goed indien hij er een onwetend heeft, aan de
vier biddende orden elk een halve stuiver eens, aan de pastoor en koster elk 1
stuiver eens.
Peeter maakt aan
zijn huisvrouw voorschreven eens 100 carolusgulden en die mag ze halen aan de
erfgoederen die van Peeter komen. Daarmee moet ze de schulden betalen en lasten
die ze samen gemaakt hebben. Lijske voorschreven maakt aan haar man hetzelfde
indien God gaf dat Peeter weer gezond wordt en zij zou sterven, zodat haar man
ook 100 carolusgulden kan halen aan de erfgoederen gekomen van haar zijde. Dit
gebeurde voor zijn deur waar hij ziek zat. Hierbij waren aanwezig Jacop Bertten
en Machiel Scrycx als getuigen. 'Et ego Guilielmus Hapert' pastoor van de
voorschreven kerk maakte hiervan een publiek instrument.
'Gichten uuyt
den doncker int schoen gesett.'
1573, 09
januari. P. 20
Erfdeling
Blacens, Jan, Aerdt en Anna Damen van Coerssel.
Blacens, Jan,
Aerdt en Anna Damen met haar geleverde mombers Gheerdt Van Briel en Lodewyck
Screven hebben minnelijke scheiding en deling gedaan met mekaar, zoals volgt.
Voor het eerste
deel is gevallen huis en hof zoals het gelegen is aan Blaceren Daems. Blacerus
moet daaruit geven eens 100 rinsgulden. Hij zal nog trekken 4 rinsgulden aan
Jan Vanden Gracht en aan de kinderen van Marije Giels.
De tweede kavel
is gevallen aan Jan Daems: de halve 'Persschen Beempdt' met 4 rinsgulden
jaarlijks en met het bakhuis behalve de plaats achter hun bakhuis achter dat
afgebroken is. Hiervoor moet Jan uit de beemd geven 50 rinsgulden eens. Deze
zijn betaald.
Het derde deel
is gevallen aan Aerdt Daems: de halve 'Persschen Beempdt' met 4 rinsgulden
jaarlijks, met een deel in het bakhuis waarvan zij 'gecollenteer' (gemeenschappelijke
gebruikers?) zijn en van de 50 rinsgulden die Aerdt moet geven heeft Gielis
Brants gegoed van de 50 rinsgulden de helft en de andere helft heeft Blacerus
Daems. Jan Damen en Anna Damens hebben gegeven en betaald aan de kinderen van
Anna voorschreven en kwijten mekaar aan beide zijden. De kinderen met hun
mombers hebben het geld geappliceerd aan huis en hof gelegen in Huesden.
Ten vierde is
met kavelen gevallen aan Anna Daemen 'het Riet' onder Huesden gelegen. Hier
moeten Anna's kinderen trekken eens uit Blacerus kavel 100 rinsgulden eens en
van Jan 50 rinsgulden eens en van Aerdt 50 rinsgulden eens zoals voorschreven
is.
Dit gebeurde in
aanwezigheid van goede eerbare personen zoals zal blijken in de Loonse bank van
Lumpnen.
1576, 23
november. P. 20v
De kinderen van
Blacerus Damen en zijn huisvrouw Anna hebben zich vermomberd en ze kozen Jan Daemen
en Mathys Bollekens. Deze mombers zijn hen geleverd met recht.
Op dezelfde dag
hebben de mombers opgedragen huis en hof die grenzen Peeter Lekens(?) en Meyen
als pand voor 6 rinsgulden jaarlijks, die te kwijten zijn met 100 rinsgulden.
Opgedragen aan Anna en haar kinderen. Deze 100 rinsgulden zijn die welke
Blacerus had moeten geven op zijn kavel. Valdag op Sinte Servaesdag. Anna is in
de naam van haar kinderen in de rente van 6 gulden jaarlijks gegicht met recht.
1588, 20
februari. P. 23v
Jan Scepers
heeft ontvangen en daarna opgedragen de helft van een stuk land genaamd 'het
Geeteling Bloeck', dat grenst Dionijs Vrancken O, 'die Geetelinge' N, 'die
Haecxselaer Straet' W, aan Peeter Convents kinderen. Dat zijn Bartholomeus en
Henrick. Opgedragen in ruil erf op erf voor een huis en hoffstadt gelegen bij
'het Lanck Venne', die grenzen zijn eigen Loons goed aan 2 zijden. Voorwaarde
is dat Peeter zal geven 75 gulden tussen dit en Sint-Jansmisse eerstkomend.
Peeter staat er garant voor dat het huis belast is met 2 gulden jaarlijks en
met grondcijns aan de heer. Jan garandeert dat het blook los en vrij is op
grondcijns aan de heer na. Ze zijn samen ter gichte gekomen met recht.
1578. P. 24
Jan Vaes der
Jonge heeft opgedragen een beemd genaamd 'den Molenbeempt' die grenst Peeter
Reijnders W, Clara Cloosters O, aan Peeter Van Hout die aan de H. Geest van
Corssel aan zijn panden bevestigt 18 stuivers jaarlijks. Jan Vaes stelt de
beemd voorschreven om het pand van Peeter te ontlasten. Hij belooft de rente
van jaar tot jaar te betalen.
Stopt plots en
laat de rest van de pagina en de volgende leeg.
P. 25
Testament van
Joannes Scepers.
In 1571(?) 'stilo
brabantia' in de eerste indictie van het pausdom van Gregorius XIII in zijn
eerste jaar op de 20ste dag van maart tussen 3 en 4 uur namiddag, in
aanwezigheid van mij openbaar notaris en de getuigen hierna vernoemd, verscheen
Jan Sceepers van Courssel, scheper van het convent en godshuis van Bethlehem
buiten de stad van Loeven. Hij ligt ziek in bed binnen 'd' bevanck' (de
omvang, de grenzen) van het godshuis. Hij is zijn verstand en vijf
zinnen nog goed machtig, zoals bleek. Vanwege de broosheid van het menselijke
leven en omdat er niets zekerder is in dit miserabel ellendig leven dan de dood
die niemand spaart en niets onzekerder dat het uur ervan, maakt hij zijn
testament van zijn tijdelijke goederen die hij van God tijdens zijn leven heeft
ontvangen. Hij wil dat dit testament van waarde wordt gehouden, zelfs indien er
bepaalde clausules zouden ontbreken. De testamentmaker beveelt zijn ziel als ze
van zijn lichaam zal gescheiden zijn aan God almachtig, zijn gebenedijde moeder
en 'maghet' Maria en aan het hele hemelse heir en zijn lichaam aan de gewijde
aarde. Hij kiest ervoor om begraven te worden op het kerkhof van de parochie
van Oisterium.
Hij maakt aan de
fabriek van Sinte Rombout in Mechelen 2 stuivers eens na zijn dood voor zijn
blind en onrechtvaardig goed indien hij enig mocht hebben, hoewel hij het niet
weet. Hij maakt aan de parochiaan (de pastoor) voor een dertigste 2
rinsgulden eens en aan de koster 1 rinsgulden eens en ze zullen daarvoor 30
dagen lang op zijn graf moeten lezen de twee volgende psalmen: 'miserere mei
deus' en 'de profundis clernay ad te due' met een collecte. Hij maakt 2 mud
koren eens aan de armen van de parochie van Oosterium. Uit deze 2 mud wil hij
dat Jan Huelskens en Henrick Berckmans elk een halster koren zal vooruit
gegeven worden. De rest laat hij tot profijt van de armen voorschreven. Hij
laat aan het voorschreven godshuis van Betleem voor het convents' pellen' (doodskleed)
en voor het wassen van zijn lichaam en voor zijn begrafenis dienend 3
rinsgulden eens. Hiervoor wil hij dat het godshuis de kerk van Herent een
van de wassen kaarsen of lichten geeft. Hij laat nog aan het convent van
Betleem 50 rinsgulden eens opdat de religieuzen zijn ziel indachtig mogen zijn
en opdat hij met de weldoeners van het godshuis jaarlijks mag gelezen worden in
het anniversarium. Boven deze 50 gulden laat hij aan het godshuis nog 6
rinsgulden eens voor pitancie van de heren en broeders van het convent. Hij
wenst tevens dat de overschot van de pitancie (Zulk
eene extra-uitdeeling van wijn of andere lekkernij in kloosters enz., en bij
uitbreiding ook: iets lekkers, iets wat men niet alle dagen krijgt, extra-spijs.
|| Pitancie, toespijse.) de knapen van het convent
zullen genieten omdat de testateur ook bij hen mocht deelachtig zijn.
Mertten
Van Brecht en Jan Vanden Hoeven(?) scheldt hij volledig kwijt hetgeen zij hem
schuldig zijn voor een aalmoes. Hij legateert aan heer Peeter Beydaels pater
van het convent vande Halffstraeten binnen Loven de rente van 3 rinsgulden
erfelijk zoals hij heft en trekt aan de erfgenamen van Wouter Coosmans met de
verlopen acherstallen ervan. Hij legateert hem bovendien alle actie die hij
daarvan heeft en dat door hem testateur voor de schepenen van Wiltsele is
'geinstitueert' geweest en nog onbelecht hangende is. Hij wenst dat Beydaels
voorschreven deze rente zal mogen trekken en ontvangen zolang als hij leeft en
ermee doen wat hij wil. Maar na zijn dood wil de testamentmaker dat deze rente
erfelijk zal volgen het voorschreven godshuis van Betleem en die hij het
hiermee legateert. Hij legateert nog aan zijn neef Jaspar Scepers, de wettige
zoon van zijn broer Lambrecht Scepers, die nu scheper is van het convent van
Betleen: een huisje met zijn toebehoren gelegen in Cuelen aan de 'Cuelen
Bossch', grenzend 'den Cuelen Bossch' 1) en het land dat die van Betleen
uitgedaagd hebben 2) en des heeren straet 3). Bovendien geeft hij aan zijn neef
Jaspar alle schuld die het convent nog aan de testateur schuldig is zowel van
haver(?) als van geleverd geld ten achter is. Hiervoor nochtans zal Jaspar het
convent niet mogen manen of molesteren, tenzij een geheel jaar na de dood van
de testateur, zijn oom. Nog maakt hij aan Jaspar de schuld van 39 rinsgulden en
9 stuivers eens die hem (zoals de testateur verklaarde) Jan Willemaers den
Ouden, vleeshouwer in Loeven(?) in 'die Slachtstraet' wonend van een koop van
27 schapen en 3 lammeren nog moet betalen. Bovendien nog de schuld van 12
rinsgulden en 4 stuivers eens die hem Jacob Van Vossen vleeshouwer binnen
Loeven wonend in de Slachterstraet van een koop resteert van 11 schapen. Wel
verstaande dat hij Jacob geen rekening van lammeren boven de verkochte 21
schapen mag aanrekenen omdat hij aan de testateur vriendschap betoond en
bewezen heeft en het schenkt. Hij laat hem nog de schuld van 20 rinsgulden en
15 stuivers eens ook van de koop van 9 en 10 schapen die Jan Luenckens, ook
vleeshouwer binnen Loeven in de Peustraete naast het vleeshuis wonend,
resteert. Ook wil hij dat wat boven de schuld van 20 rinsgulden en 15 stuivers
komt, niet gerekend wordt: de schuld van de 8 ooien die hij aan Jan Leunckens
geleverd had. Deze schuld van de 8 ooien was de testateur in die tijd vergeten
ter instantie van Leunckens aan zijn neef Jaspar te betalen. Daar boven laat
hij aan zijn neef Jaspar al zijn verkregen goederen buiten Coerssel en in het
kwartier van Loeven gelegen, welke dat ook zijn, op volgende condities. Zijn neef
Jaspar zal betalen de kerkrechten van de uitvaart en de begrafenis van zijn oom
de testateur; nog 3 rinsgulden eens van het wassen licht en 'de convents pellen
(baarkleed, doodkleed) die het godshuis van
Betleem toebehoren; nog 3 rinsgulden eens aan de pastoor en de koster van een
dertigste; nog 6 rinsgulden eens voor de pitancie waarover hiervoor is
geschreven; nog 50 rinsgulden eens die de testateur aan het convent van Belleem
zoals voor beschreven heeft gelaten.
Nog
wil hij dat de minderjarige kinderen van zijn overleden broer Peeter Scepers en
de kinderen van zijn andere broer Lambrecht Scepers, die nog in leven is, al
zijn goederen in Coerssel gelegen gelijkerhand en even diep zullen delen. De
tocht van al deze goederen laat hij nochtans aan zijn broer Lambrecht. Hij
stemt er niet in toe dat de moeder van de minderjarige kinderen van wijlen zijn
broer Peeter enige tocht in de naam van de kinderen zal genieten of besteden
'uit redenen hem testateur moverende'. Hiervoor zullen zijn voorschreven erfgenamen
binnen de parochie van Coerssel een uitvaart doen van 20 rinsgulden eens en ook
een jaargetijde. Hij merkt ook op dat hij in het delen van de goederen gelegen
in Coerssel zijn neef Jaspar niet uitsluit niettegenstaande dat hij reeds
legaten heeft ontvangen buiten andere kinderen. Jan wenst dat dit testament
volkomen macht zal hebben, maar hij behoudt zich nog het recht voor om dit
testament eventueel te herroepen of te veranderen. De testateur wil dat de
openbare notaris hiervan een wettelijk testament maakt met een of meer kopijen.
Opgemaakt binnen 'dbebanck' van het voorschreven godshuis van Betleem bisdom
van Mechelen op datum voorschreven in aanwezigheid van Peeter de Witte wonend
onder de parochie van Osterium en Peeter Verhuegen binnen het godshuis
voorschreven wonend als getuigen.
Ondertekend
met een Latijnse volzin door Arnoldus Hazius ex Loven clericus.
1576, 25 april.
P. 27v
Poels Van Haut
en zijn huisvrouw Anna hebben gewenst dat de kinderen van Jan Van Haut zullen
staan in de plaats van hun vader in hetgeen verscheen na de dood van Poels en
Anna voorschreven. En de kinderen van Jan Van Haut van het eerste huis en ook
van het tweede zullen in hun vaders staat of plaats staan en gelijk meedelen in
de voorschreven goederen
De kinderen van
Art Van Haut van het eerste huis en ook van het tweede zullen ook in hun vaders
plaats staan zoals voorschreven is.
1576, 12 mei. P.
28
Cristiaen Royen
(Kijen?) heeft opgehouden het goed dat hem is aangestorven na de dood van zijn
ouders. Hij is erin gegicht en gegoed met recht.
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Cristiaen Royen opgedragen met insteming van zijn huisvrouw
een stukje land dat grenst Lemmen(?) Witters W, H. Witters O, aan Aert Witters
voor 12,5 gulden 2 stuivers, lycoop 25 stuivers, goitspenninck 7 ort. Los en
vrij met uitzondering van sheeren grondcijns. Art is erin gegicht en gegoed met
recht.
1576, 15 mei. P.
28
Cristiaen Van
Ham heeft opgedragen 3 gulden jaarlijks op en aan een stuk land geheten
'tHouterle Bloeck', dat grenst Machiel Wijnen Z, sheeren straet W, Bastiaen
Wynen erfgenamen O, aan Jacop Convents. Cristiaen heeft ervoor in kapitaal 50
gulden eens ontvangen lopend geld. Zo ook afleggen. Jacop is ter gichte gekomen
met recht. De valdag is op Sint-Servaesdag.
1576, 16 mei. P.
28v
Peeter Beckers
heeft opgehouden het goed dat hem is aangestorven na de dood van zijn ouders.
Hij is erin gegicht en gegoed met recht.
1576, 16 mei. P.
28v
Peeter Beckers
heeft opgedragen huis en hof gelegen in Corssel, die grenzen sheeren straet
rondom aan 4 zijden, aan Jan Giels in de naam van Nys Moons als pand en
onderpand van 3 gulden jaarlijks. Hij bekent daarvoor in kapitaal ontvangen te
hebben de som van 50 gulden eens. De eerste valdag is op Sinxen eerstkomend.
Losse en vrije rente geven zonder aftrek van ongeld dat hierop zou mogen
gevallen zijn. Dionijs is ter gichte gekomen met recht.
1576, 03 juli.
P. 28v
Peeter Bullens
als gemachtigde van Art Boolaerts heeft opgehouden het goed dat hierna gegoed
staat en hij werd erin gegicht.
1576, 03 juli.
P. 28v
Peeter Bullens
in de naam van en als gemachtigde van Art Boolaerts - zoals in de procuratie
blijkt van 2 juli 1576 van notaris de Palude - heeft opgedragen het goed dat
zijn huisvrouw is aangestorven na de dood van Maicken Vleeschouwers. Het gaat
om een deel of part aan de molens gelegen in 'Corss’ en ook land en zand. Deze
molens behoren toe aan de erfgenamen van Willem Geerts. Opgedragen aan
Augustijn Schaeps/Scaeps zoon van Barthel voor 160 gulden, 6 gulden lycoop, 1
stuiver goetspenninck. Hij heeft het verkocht zoals het hem is aangestorven.
Govart Smeets is in de naam van Augustijn voorschreven ter gichte gekomen met
recht.
1576, 10 juli.
P. 29
Bartel Wouters
releveert de ondergeschreven goederen.
1576, 10 juli.
P. 29
Bartel Wouters
heeft opgedragen een stukje land gelegen in Corss(zo!), dat grenst sheeren
straet op de noenzonne, Jan Truyens W en Franck Swinnen N. Verkocht aan Jan
Truijens voor 29 gulden eens, godsgeld een halve braspenninck. Los en vrij geld
geven. Betaald. Jan is ter gichte gekomen met recht.
1578, 27
december. P. 31
Daneel Srijcken
heeft opgehouden de goederen die hem aangekomen zijn na de dood van zijn
ouders. Hij is erin gegicht met recht.
1578, 30
december. P. 31
Daneel Srijcken
heeft opgedragen een bosje geheten 'de Root', gelegen onder 'Corss' (Koersel),
dat grenst Mathijs Vaes Z, Catlijn Srijcken erfgenamen O en Art Wijnen W.
Verkocht aan Art Wijnen voor 81,5 gulden eens. Hiervan moeten 37,5 gulden
gegeven worden op de gicht en de rest op Sint-Jansmisse eerstkomend. Lycop 7,5
gulden, goitspenninck 10 stuivers. Art is erin gegicht met recht.
1579, 27
januari. P. 31v
Franck Swinnen
heeft opgedragen 3,5 gulden jaarlijks op en aan panden huis en hof gelegen in
Voertken. Ze grenzen sheeren straet Z, Kijn Bollekens O en Jan Truyens W. Als
onderpand draagt hij op een stuk broek dat grenst Jan Van Erwech N, Franck
Swinnen Z en Cristiaen Joris O. Opgedragen aan Poulus Poels voor 50 gulden
kapitaal, lopend geld. Ontvangen. Valdag op Lichtmis. Poels is ter gichte
gekomen met recht. Marge: vacat.
1579, 29
januari. P. 31v
Machiel Scriecx
heeft opgedragen een hoffstadt gelegen in Corssel, die grenst Peter Reyners O,
'de Veltstraet' W, Peeter Scriecx N. Verkocht aan Liebrecht Scriecx voor 23
gulden eens. Die som moet betaald worden op 'vastelavont' eerstkomend en
uiterlijk op half vasten. Wordt er niet tijdig betaald, dan zal de verkoper
'geactiveert' zijn een dries door dezelfde verkocht aan Liebrecht voorschreven
voor 10 gulden. Deze dries met de hofstad voorschreven te aanvaarden en het geld
voor niet geschat en verloren. Lycoop een ton bier, goitspenninck 1 stuiver.
Liebrecht is ter gichte gekomen met recht.
1579, 29
januari. P. 31v
Jan Witters
heeft opgehouden het goed dat hem is aangestorven na de dood van zijn ouders.
Hij is erin gegicht met recht.
1579, 29
januari. P. 31v
Jan Witters
heeft opgedragen huis en hof gelegen in Stall aan de heide als pand en
onderpand van 3,5 gulden jaarlijks aan Peeter Witters. In kapitaal ontving Jan
50 rinsgulden lopend geld. Zo ook afleggen. Valdag op Lichtmis. Peeter is ter
gichte gekomen met recht.
1579, 26 maart.
P. 32v
Peeter Goesen
heeft opgedragen een stuk land zoals het gelegen is met de uuytfanck in
Castelt. Het grenst Valentijn Convents W, Cristiaen Van Ham erfgenamen op de
'noen sonne', sheeren straet O. Verkocht aan Lynken en Anna Vogeleers voor en
om 130 gulden voor zowel het Loonse als het Brabantse gedeelte in een koop.
Lycop 3 gulden 3 stuivers, goitspenninck 4 stuivers. Het is enkel belast met
sheeren grondcijns; in het Brabants gaat het om 1 penninck. Lynke en Anna
Vogeleers zijn ervan ter gichte gekomen met recht.
Voordat de
gichte gebeurde, heeft Peeter de voorschreven goederen opgehouden en hij is
erin gegicht en gegoed geweest met recht.
1579, 26 maart.
P. 32v
Marieke
Winckelmans met haar geleverde momber Thomas Cuijpers heeft opgedragen 2
stukken land gelegen in Castelt onder Corssel (Er staat telkens 'Corss',
maar dat vervangen we zelf in het vervolg door 'Corssel'). Grenzend sheeren
straet op de nachtzijde, Cristiaen Van Ham op de noen sonne en Valentijn
Convents O. Verkocht aan Jacop Convents voor 400 rinsgulden eens. Het goed is
enkel belast met sheeren grondcijns. Lycoop nae lantcoop, goitspenninck 5
stuivers. Jacop is er met recht in gegicht.
1579, 04 april.
P. 33v
Heer Jan Dillen
heeft opgedragen het goed dat hem is aangestorven na de dood van zijn ouders.
Hij is erin gegicht met recht.
1579, 04 april.
P. 33v
Heer Jan Dillen
met zijn geleverde momber Art Valentijns heeft opgedragen al zijn Brabantse
goederen die hem aangestorven zijn na de dood van zijn ouders aan Peeter Maechs
als pand en onderpand van 2 rinsgulden jaarlijks. Als kapitaal ontving heer Jan
32 gulden Brabants lopend geld. Te kwijten met gelijke som en met volle rente.
Peeter is in de 2 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
1579, 15 april.
P. 33v
Procuratie van
de gemeynte van Corssel.
Wij Henrick
Gierts(?) meier, Art Valentijns, Jan Witters en Valentijn Valentijns schepenen
en Jan Keenens en Cristiaen Vrancken H. Geestmeesters, Jan Oriaens en Jan
Convents kerkmeesters en Mathijs Huveners, Peeter Convents en Peeter Marttens
gezworenen van het dorp van Corssel, als 'resort' van het land van Lummen,
verbinden zichzelf en hun goederen zowel Loons als Brabants en Brabants als
Loons en geven de gezworenen van het voorschreven dorp volkomen macht en
authoriteit 'irrevocabel' (niet terugroepbaar) om te verkrijgen en tot
last te halen in geld 300 tot 400 gulden eens om het te gebruiken waar het dorp
het zal nodig hebben. Ze zullen van waarde houden zoals de gezworenen het geld
zullen tot last halen. Ze geven volkomen macht aan de persoon of de personen
die het geld ontbeurzen ('ontborsen') sterk en genoeg volgens recht te bewaren,
zonder argelist of fraude. Indien de gelddoender de verbintenis niet sterk of
vast genoeg vindt, moet ze gemaakt worden volgens wens van de geldschieter met
recht. Ze 'lauderen, ratificeren ende approberen' dit. Ter oorkonden hebben wij
meier, schepenen, heiliggeestmeesters, kerkmeester en alle andere 'ondersaten'
van het dorp van Corssel tot meer vastigheid en verzekering dit de gezworen
schepenen klerk doen ondertekenen. Actum op 8 januari 1579 stilo novo. Onder
stond geschreven aldus: 'de Fabri secretaris terrae Brabantia subscripsit'.
1579, 15 april.
P. 34
Volgens de
procuratie voorschreven hebben de gezworenen van het dorp van Corssel
voorschreven, namelijk Peeter Convents, Mathijs Huveneers en Peeter Marttens
opgedragen op 15 april 1579 17 gulden Brabants jaarlijkse rente aan Geert
Claes. De gezworenen bekennen dat ze ervoor in kapitaal 200 gulden eens
ontvangen hebben, lopend geld. Met gelijk geld afkwijten. De gezworenen
verbinden ervoor hun persoon en al hun goederen, zowel Loonse als Brabantse.
Tevens verbinden de gezworenen op alle plaatsen waar het Geert zal believen te
mogen 'hechten ende houwen' alle inwoners van het voorschreven dorp. Ze staan
alle privileges af die iemand hierop kan hebben en moeten losse en vrije rente
geven, zonder enige vorm van aftrek voor gelijk welke vorm van belastingen.
Indien Geert wenst dat het geld afgelegd wordt, moet hij dit aan de gezworenen
een half jaar vooraf laten weten. Valdag op Sint-Jorisdag en voor het eerst in
1580. Geert is in de 17 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
Marge: vacat.
1579, 16 maart.
P. 34
Jacop Convents
heeft aan Peeter Convents de 12 gulden jaarlijks gekweten zoals Jacop aan
Peeter had gelden. 200 gulden eens kapitaal is ontvangen en hij wenst deze
rente gedood te hebben.
1579, 12
oktober. P. 35
Mathijs Rutten
heeft opgedragen huis en hof gelegen in Stall onder Corssel, die grenzen
sheeren straet Z, 'het goed van de overlender' W en verder de heren van
'Everberen' goed of wijers 3) en 4); al zijn 'gerede haeve' (zijn roerende
goederen), aan Lijsbeth Inden Heel. Lijsbeth voorschreven draagt haar
roerende goederen op indien ze voor Mathijs sterft. Deze gicht is opgedragen op
de conditie hierna beschreven. Dat is te weten dat Mathijs dit goed zal
gebruiken zolang hij leeft in tocht en na zijn dood komt het aan Lijsbeth
voorschreven. Hiervoor zal Lijsbeth Mathijs bijstaan en dienen zijn leven lang.
Indien deze Lijsbeth hem zou verlaten voor zijn dood, dan zal deze gichte
teniet zijn. Met deze gichte zijn alle testamenten teniet. Lijsbeth is ter
gichte gekomen.
1579, 18 mei. P.
35v
Liebrecht
Scriecx heeft opgedragen een hoffstat gelegen in Corssel, die grenst Peeter
Reijnders O, 'de Veltstraet' W en Peeter Scriecx N. Opgedragen aan Peeter
Scriecx en Peeter Maechs voor 25 gulden eens. Hij staat er garant voor dat het
goed enkel belast is met grondcijns aan de heer. Lijcoop 20 stuivers, goitspenninck
een halve braspenninck. Peeter Maechs en Peeter Scriecx zijn ter gichte
gekomen.
1576, 12
oktober. P. 36v
Goris en Reyner
Goris met hun mombers Jan Mannarts en Peeter Marttens hebben opgedragen een
koop van erven op alle conditiën zoals Peeter Thomas zaliger gedaan had van Jan
Neijssen. Opgedragen aan Machiel Scriecx. Machiel is ter gichte gekomen met
recht.
1579, 10
augustus. P. 37
Scheiding en
deling tussen de achtergelaten kinderen van Servaes Keenens en Brigida zijn
huisvrouw, een echtpaar toen ze leefden.
De eerste deling
is gevallen aan Peeter Meijen als man en momber van Catharina Keenens: het huis
met de hof en aanhang; het middelste 'Boven Eussel', 'den Goer' en 'tGheerts
Venne'. Franco Keenens zal zijn uit- en ingang hebben in de 'buijtten camere'
van de huisingen voorschreven 'gemerct die is onverscheyden gebleven'(niet
gedeeld) door Merij, Peeter en hun broers in hun deling.
De tweede deling
of kavel is gevallen aan de mombers van Marike Keenens: 'den Muggenberch', 'Putmans
Eussel', het voorschreven Eussel naast 'den Ruttenbeempt' en 'het
Turffbroecxken'.
Het derde deel
is gevallen aan Jan Keenens met zijn momber: 'den Rutten Beempt', 'de Eelsen'
samen en 'het Voertbeemptken'.
Ze doen afstand
van hun rechten op elkaars deel van hun deling en ze zijn in hun deel gegicht
met recht. Er is geen opsomming gemaakt van enige lasten op de goederen of
delingen voorschreven, daarvan beloven de kinderen mekaar genoegdoening te
geven en de lasten op zijn tijd gelijk te delen op hun deling, met ook de
schulden die in de toekomst nog mochten geëist worden op de voorschreven kinderen.
Hiervoor stellen ze allen hun goed. Aangaande de renten die er eventueel zouden
zijn, zullen ze gelijk delen volgens het aantal kinderen dat deelt.
1579, 29
augustus. P. 37
Jan Witters
heeft opgehouden het goed dat hem is aangekomen na de dood van zijn ouders. Hij
is erin gegicht en gegoed.
1579, 29
augustus. P. 37v
Jan Witters
heeft opgedragen 12,5 gulden jaarlijks op en aan panden huis en hof gelegen in
Stal, die grenzen sheeren aert O en Jan Witters N; nog een stuk broek gelegen
op 'de Renelen' (?), grenzend Maria Neelens O, de erfgenamen van Cristiaen Van
Ham W; het hele versterf dat hem is aangestorven na de dood van zijn broer
Peeter Witters. Hij heeft ervoor in kapitaal 185 gulden eens lopend geld
ontvangen van Henrick Gheerts van Beverloo. Zo ook afleggen en los en vrij geld
geven. Indien nodig belooft Jan sterkere panden in het Loons te stellen in de
toekomst. Gheert is ervan ter gichte gekomen met recht. Hij moet er nog van
ontvangen hout van een grond die Jan 3 jaar in huur heeft genomen. Dit hout zal
Jan tussen dit en 3 jaren tot zijn believen mogen afhouwen.
1579, 19
november. P. 37v
De mombers van
het kind van Daneel Claes hebben opgehouden het goed dat aan het kind is
aangekomen na de dood van zijn ouders. Het is erin gegicht en gegoed.
1579, 19
november. P. 37v
Nu tocht en erve
samen zijn, hebben de mombers van het voorschreven kind opgedragen huis en hof
gelegen in Stal onder Corssel, die grenzen Andries Coels W en verder sheeren
straet rondom, als pand en onderpand voor 35 stuivers jaarlijks aan Jan
Willems. Ze hebben ervoor in kapitaal 25 gulden eens lopend geld ontvangen
zoals het in Brabant gangbaar is. Jan is ter gichte gekomen met recht.
1579, 03
december. P. 37v
Bastiaen Keenens
heeft opgedragen de goederen die hem aangekomen zijn na de dood van de kinderen
van Henrick Geerts. Hij is erin gegicht en gegoed met recht.
1579, 03
december. P. 38
Bastiaen heeft
nog ontvangen en opgehouden de gronden van erven die hem aangekomen zijn na de
dood van Catlijn Geerts. Hij is erin gegicht.
1580, 22
januari. P. 38
Adriaen/Oriaen
Vanden Banck heeft opgehouden het goed dat hem is aangekomen na de dood van de
ouders van zijn huisvrouw. Hij is erin gegicht.
1580, 22
januari. P. 38
Adriaen Vanden
Banck heeft opgedragen met zijn huisvrouw huis en hof gelegen in Corssel, die
grenzen Tiewes Huveneers O en W en Kijn Smeets erfgenamen N, als pand en
onderpand voor 3 gulden jaarlijks. Opgedragen aan Jan Smeets in de naam van
zijn zwagerin Magriet Hillen. 50 gulden kapitaal ontvangen in lopend geld zoals
het in Brabant geefbaar is. Met gelijk geld afleggen. Het goed voorschreven is
enkel belast met de grondcijns aan de heer. Jan is in de 3 gulden jaarlijks gegicht.
Marge p. 38.
In 1601 op 14
februari heeft Matheus Huveners als momber van de erfgenamen van Oriaen Vanden
Banck deze rente met de hoetpenninck afgelegd aan mr. Peter Berthen, aan wie
deze rente was overgegicht door Govaert Vander Put als man en momber van
Magriet Hillen volgens hett register. Alles is voldaan.
1580, 12
februari. P. 39v
Jan Van
Hinnesdael heeft opgedragen een hof gelegen in Geneycken, die grenst Jan
Boolaerts O, Wouter Hinnesdaels N, Jan Vanden Kerckhove Z, als pand en
onderpand voor 2 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 34 gulden lopend
geld. Zo ook kwijten. Opgedragen aan Jan Meijen. Het goed is enkel belast met
de grondcijns. Jan Meijen is in de rente gegicht.
Marge p. 39v
In 1613 op 21
maart heeft Jan tSroijen de panden gekweten van Goris Mommen van de
rente in de voorschreven gichte vermeld. Alles is voldaan en de panden worden
met recht gekweten. t'Froijen voorschreven maakt zich sterk voor zijn
zwager Jan Meijen, die nu ter tijd buiten het land is. Hij staat ervoor in met
zijn kindsgedeelte in Coorssel gelegen vanwege zijn huisvrouw.
1580, 26 maart.
P. 40r
Jan Boolarts
heeft opgehouden het goed dat hem is aangestorven na de dood van Lenart
Cuijpers. Hij is erin gegicht en gegoed.
1580, 26 maart.
P. 40
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Jan Boolarts opgedragen een wijerke gelegen op 'de Scrieck
Heije', dat grenst de erfgenamen van Vaes Keenens O; nog een hoeve gelegen op
'den Hoogen Bosch', die grenst Gielis Slancx O, Claes Mentens W. Verkocht aan
Poels Poels voor 9 gulden eens, goitspenninck 1 stuiver, lycoop nae lantcoop.
Jan belooft dat indien Poels/Pouwels problemen krijgt, hij hem zal ontlasten.
Poels is ter gichte gekomen.
1580, 30 maart.
P. 40
Marge: vacat.
Henrick
Blueckmans heeft opgedragen een bloecxken in Hoecselaer gelegen onder
Corssel, dat grenst sheeren straet O, Joes Sweerts W; nog een wijer gelegen aan
'den Lemmens Wijers', die grenst sheeren aert rondom. Opgedragen als pand en
onderpand voor 4,5 gulden jaarlijks aan Machiel Buelmans. Henrick bekent dat hij
in kapitaal 50 gulden lopend geld ontvangen heeft zoals het in Brabant gangbaar
is. Te kwijten met gelijk geld. Valdag op 1 april. Machiel is ervan ter gichte
gekomen.
Naschrift: het is
gekweten in 1584.
1580, 13 april.
P. 41
Huijbrecht
Hauben heeft opgedragen huis en hof gelegen in Vuertken, die grenzen sheeren
straet N, Peeter Smeets erfgenamen Z en O, als pand en onderpand voor 3
rinsgulden jaarlijks aan de kinderen van Reyner Svoechs(?). Huijbrecht heeft
ervoor in kapitaal 45 rinsgulden lopend geld eens ontvangen, zoals het in
Brabant gangbaar is. De voorschreven kinderen zijn in de 3 gulden jaarlijks
gegicht.
1580, 14 april.
P. 41
Jan Vanden Cloot
met zijn huisvrouw hebben opgehouden het goed dat hen aangestorven is na de
dood van Henrick Witters. Ze zijn erin gegicht.
1580, 14 april.
P. 41
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Jan Vanden Cloot met instemming van zijn huisvrouw opgedragen
zijn gedeelte van huis en hof gelegen in Stal aan 'de Heije', die grenzen
sheeren aert Z en Jan Knaep erfgenamen W; nog een stuk land gelegen achter het
voorschreven huis, dat grenst Lambrecht Witters O, Philips Witters W. Verkocht
aan Jan Witters voor 60 rinsgulden voor zowel het Loons als het Brabants
gedeelte in een koop. Aan de vrouw voor een kermis 3 gulden, boven alle lasten.
Los en vrij geld geven. Te betalen tussen dit en 2 eerstvolgende jaren, goitspenninck
1 stuiver, lycop 1 gulden. Jan is ervan ter gichte gekomen.
1580, 28 april.
P. 42
Magriet Boolarts
heeft met instemming van haar mombers Jan Boolarts, Henrick Swinnen en
Valentijn Joris opgedragen een gedeelte van een huis met een bloeckske daaraan
gelegen in Stall. Ze grenzen Aerdt Witters O, sheeren aert Z, de erfgenamen van
Jan Knaep W. Verkocht aan Jan Witters voor 60 gulden eens, voor zowel het Loons
als het Brabants deel in een koop. Lycoop nae lantcoop, goitspenninck 2
stuivers. Hij moet op de dag na Sint-Luciendag betalen. Betaalt hij dan niet,
dan draagt Jan de andere gedeelten op zodat Magriet daaraan haar verhaal kan
hebben. Jan is ter gichte gekomen met recht.
Marge p. 42.
In 1582 op 11
januari heeft Jan Witters de voorschreven gichte opgedragen zoals hij ze
ontvangen heeft aan degenen die hem deze gichte gedaan hadden. Valentijn Joris
heeft de gichte weer opgedragen zoals voorschreven gedaan aan Mathijs Put der
Alde.
1580, 11
november. P. 44v
Geert Bastens
heeft opgehouden al de goederen die hem zijn aangestorven, zoals hierna
gespecifieerd. Hij is erin gegicht.
1580, 11
november. P. 44v
Geert Bastens
voorschreven heeft opgedragen al de Brabantse goederen die hem aangekomen zijn
na de dood van zijn vader als pand en onderpand voor 3 gulden jaarlijks aan Jan
Meijen. Geert ontving ervoor in kapitaal 50 gulden. Deze 50 gulden heeft Peeter
staan aan zijn zusters en broers die hem dit uit zijn kindsgedeelte moeten
geven in Corssel en in de bank van Hechtell. Dat heeft hij eveneens aan Jan
beloofd in handen te stellen. Lycop 10 stuivers, goitspenninck 1 stuiver. Jan
is in de 3 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed.
1580, 11
november. P. 45
Geert Bastens heeft
opgedragen al zijn Brabantse goederen die hem aangekomen zijn na de dood van
zijn ouders als pand en onderpand voor 3 gulden jaarlijks. Opgedragen aan Jan
Leijssen. Geert heeft ervoor 50 gulden ontvangen die hij staan heeft aan zijn
zuster. Lycoop 10 stuivers, goitspenninck 1 stuiver. Jan is ter gichte gekomen
met recht. (Geert moest van zijn zuster 50 gulden krijgen vanwege hun
deling. Hij krijgt deze som nu van Jan Leijssen, die ervoor de rente zal
trekken aan Geerts zuster.)
1580, 20
december. P. 45
Andries
Poelmans/Paelmans heeft opgedragen de 6 gulden en 13 stuivers jaarlijks zoals
hij trekt aan de kerk van Corssel, zoals het schepenregister vermeldt in 1560
op 13 december. Verkocht aan Poels Poels. goitspenninck 1,5 stuivers, lycoop
nae lantcoop. Poels is ervan ter gichte gekomen.
1581, 06 april.
P. 47v
Magriet Boolarts
met haar mombers Valentijn Joris en Jan Boolarts hebben opgedragen een stuk
land gelegen in Stall, dat grenst Keenen Heijmans O en Z, aan Keenen Heijmans
voor 5 gulden eens boven alle aanstaande lasten. Magriet staat er garant voor
dat het goed enkel belast is met 9 gulden die aan dit goed Keenen voorschreven
had met de verlopen van 4 jaren - die ook kwijt zullen zijn - en het koren dat
erop staat zal Magriet mogen gebruiken. Keenen is ter gichte gekomen met recht.
1581, 18 april.
P. 48
Adriaen Vander
Banck heeft opgedragen een stuk land gelegen in Vuertken onder Corssel, dat
grenst Matheuwes Opden Eertwech W, Peeter Wijnen O, de erfgenamen van Jeronimus
Vrancken Z. Opgedragen als pand voor 4 gulden jaarlijks aan Mathijs Bullekens.
Adriaen heeft ervoor ontvangen 50 gulden lopend geld. Zo ook afleggen. Mathijs
is ter gichte gekomen. De echtgenote heeft hiermee ingestemd.
Marge p. 48.
18 mei 1600.
Pauwels Pauls als momber van Marie Bellekens kwijt deze rente van 4 gulden
jaarlijks. Hij ontving het kapitaal en al de verlopen, namelijk 58 gulden en 8
stuivers van gichten. Hij stemt in met de cassatie van deze rente in het
register. Werd betaald door Matheuwes Van Eerdwech als momber van de erfgenamen
van Oriaen Vander Banck.
1581, 11 mei. P.
48v
Jan Cuenen heeft
opgedragen al zijn Brabantse goederen waar hij macht over heeft, zoals huis en
hof gelegen in Stall, die grenzen 'de Molenstraet' O, de erfgenamen van Henrick
Swinnen W, als pand en onderpand voor 3,5 gulden jaarlijks (bijschrift in de
marge: gereduceerd met instemming van de pastoor, schepenen, kerkmeester en
armenmeester tot 3 gulden jaarlijks). Opgedragen aan Anthonis Aerts. Jan
ontving in kapitaal 50 gulden lopend geld. Af te leggen met volle intrest. De
eerste valdag is op Kerstmis. De echtgenote stemt hiermee in. Anthonis is ter gichte
gekomen.
1581, 11 mei. P.
49
Oriaen Vander
Banck heeft met instemming van zijn huisvrouw opgedragen een stuk land genaamd
'de Lange Hoeve', dat grenst Peeter Wijnen O, Teuwes Huveneers W, als pand en
onderpand voor 4 gulden jaarlijks. Opgedragen aan Mathijs en Maria Bollekens.
Oriaen ontving 50 gulden lopend geld zoals in Brabant geefbaar is. Mathijs en
Maria zijn ter gichte gekomen. Lycop is 3 stuivers.
1581, 15 juni.
P. 50
Henrick Gheerts
heeft opgedragen de 12,5 rinsgulden jaarlijks zoals hij trekt aan panden van
Jan Witters, namelijk huis en hof, zoals beschreven in de gichte. Verkocht aan
Aert Witters. Aert is ter gichte gekomen.
1581, 15 juni.
P. 50
Aerdt Witters
heeft gereliveerd het goed dat hierna gespecifieerd staat. Hij is erin gegicht.
1581, 15 juni.
P. 50
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Aerdt Witters opgedragen een stuk land van 4,5 halster groot,
dat grenst Lambrecht Witters W en Philips Witters O; nog een dachmael broek
gelegen op 'de Vijf Sillen', grenzend Jan Witters O en Cristiaen Van Ham erfgenamen
W. Dit goed heeft Magriet Voesters in tocht en Aerdt belooft dat hij haar uit
de tocht zal kopen of de koopman genoegdoening geven. Draagt nog op 3 vaten
land, die grenzen Philips Witters W en zijn eigen erf O. Opgedragen als pand
voor 8 rinsgulden jaarlijks aan Jan Keteleers. Hiervoor ontving Aerdt 125
rinsgulden eens. Die zijn af te leggen met 25 gulden per keer en die worden aan
de rente in mindering gebracht. Philips en Lambrecht Witters beloven nu of
nimmermeer te spreken op dit goed en ze staan hun rechten af op goed dat hen
mocht aankomen na de dood van Magriet Voosters voorschreven in zover als Aert
voorschreven erfman wordt. Jan is ter gichte gekomen.
Marge p. 50.
In 1585 op 3
maart draagt Jan Ketelers op de voorschreven rente aan Paels Paels en Dingen
Ketelers zijn huisvrouw. Paels met zijn huisvrouw zijn in deze rente gegicht
met recht.
1581, 09 juni.
P. 50
Op 9 juni heeft
Brigida Van Hout met de mombers van haar kinderen opgedragen 2 rinsgulden
jaarlijks op en aan huis en hof gelegen in Corssel, die grenzen Peeter
Lielemans O, Bertholomeus Tielens W. Verkocht aan Magriet Tielens. Brigida
ontving ervoor 30 rinsgulden lopend geld zoals in Brabants geefbaar is. Magriet
is ter gichte gekomen.
1581, 09
november. P. 52
Pouwels Poels en
Vincent Seijssen als mombers van de kinderen van Cristiaen Van Ham en Peeter
Marien als man en momber van zijn huisvrouw Delia hebben opgedragen aan
uuytfanck in Casselt gelegen, die grenst sheeren straet O en Jacop Doemen
verder rondom. Verkocht aan Jacop Convents voor 50 rinsgulden, voor zowel het
Loons als Brabants deel in een koop. Jacop is ter gichte gekomen.
1581, 09
november. P. 52
Jacop Convents
heeft de hiervoor geschreven mombers gekweten van de 50 gulden zoals hij gelden
had aan de panden van de kinderen. Hij ontving zijn geld in afkorting van de
hele koop.
1581, 07
december. P. 52v
Jaspar Schepers
heeft opgehouden het goed dat hem is aangekomen na de dood van zijn ouders. Hij
is erin gegicht.
1581, 07
december. P. 52v
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Jaspar Schepers voorschreven opgedragen huis en hof gelegen
in Corssel tegen 'dLanckvenne', die grenzen Marie Delien(?) W, Barthel Tielens
O en 'den Pasoirs Wijer' Z. Verkocht aan Peeter Convents voor 112 rinsgulden
boven de lasten, zowel Loons als Brabants in een koop. Het goed is belast met 6
gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden en nog 2 gulden jaarlijks; nog 1 daelder
jaarlijks en 2 mudden roggen jaarlijks. Voor eventueel meer lasten stelt Jaspar
al zijn Brabantse goederen, zodat Peeter daaraan zijn verhaal kan halen om die
af te lossen. Lijcoep 10 rinsgulden, goitspenninck 1,5 stuivers. Peeter is ter gichte
gekomen. Alle gevallen lasten tot datum van gichten zullen in mindering komen.
1582, 29
januari. P. 53
Peeter
Blueckmans heeft opgedragen de helft van een wijer waarvan de helft toekomt aan
Jacop Bertten. Hij grenst sheeren aert rondom. Opgedragen aan Jacop Bertten.
Jacop Bertten draagt op de helft van een beemdje genaamd 'den Eelkens(?)
Beempt', grenzend Art Valentijns O en Nijs Stevens W, waarvan de andere helft
toebehoort aan Peeter Blueckmans. Opgedragen aan Peeter Blueckmans in ruil van
het een op het andere erf. Peeter geeft aan Jacop toe eens 14 gulden. De
goederen zijn belast met hun lasten. Ze zijn erin gegicht . De echtgenotes
stemden hiermee in.
1582, 29
januari. P. 53v
Jacop Bertten
heeft opgedragen een stuk broek geheten 'de Schuijlinck', dat grenst Maria
Keeskens O, en 'de Groote Beecke' N, aan Peeter Blueckmans in ruil erf op erf
voor een stuk broek gelegen in Beverloo, dat grenst Aert Dries O en Jan Basten
Z. Peeter geeft een kaer bijen toe. Elk broek wordt opgedragen met zijn lasten.
Peeter is ter gichte gekomen.
1582, 15
februari. P. 53v
Jacop Bertten
heeft opgedragen een wijer gelegen in Stal genaamd 'den Beckers Wijer' gelegen
bij Jan Steners(?), aan Art Valentijns voor 60 gulden eens. Hiervan heeft Jacop
aan Art het spijsgoed geschonken of de vissen die erop zitten. Lycoop nae
lantcoop, goitspenninck 5 stuivers. Art is ter gichte gekomen. Jacops huisvrouw
stemde hiermee in.
1582, 06 maart.
P. 54v
Jan Giels en Jan
Meijen als gemachtigden van Jaspar Giels hebben opgedragen het goed dat Jaspar
is aangestorven en de gemachtigen zijn in de naam van Jaspar ter gichte gekomen.
1582, 06 maart.
P. 54v
Nu tocht en erve
samen zijn, hebben Jan Giels en Jan Meijen als gemachtigden van Jaspar Giels
opgedragen huis en hof in Corssel aan 'den Roskam' gelegen, die grenzen 'den
Roskamp' W, de erfgenamen van Lodewijck Beckers O; nog 2 beemdjes genaamd 'die
Wiericx Beempden' die grenzen Dicken Lodewyck erfgenamen O, Clara Cloosters erfgenamen
W; nog zijn gedeelte in 'het Lanck Ven', zoals Jaspar dat aangekomen is na de
dood van Andries Giels. Opgedragen aan Jan Reijners voor 75 rinsgulden eens
boven alle lasten, zowel Loons als Brabants in een koop. goitspenninck 2,5
rinsgulden, lijcop 3 gulden en 15 stuivers. Jan is ter gichte gekomen.
Op 28 april
heeft Jaspar Giels ingestemd met hetgeen hiervoor is gedaan.
1582, 12 maart.
P. 55
Magriet Tielens
met haar man en momber Art Van Hout kwijt de achtergelaten kinderen van Goris
Tielens van de 2 gulden jaarlijks zoals Magriet trok op panden van de kinderen
voorschreven. Ze ontving 25 gulden Brabants. Dit geld is gekomen van ... Vaes
voor de kinderen voorschreven.
1582, 15 maart.
P. 55v
Peeter
Blueckmans heeft met instemming van zijn huisvrouw opgedragen een stuk land
gelegen in Vuerten, genaamd 'het Haexelaer Bloeck', dat grenst 'de Haexelaerstraet'
O en Mathijs Bullekens Z. Opgedragen aan Frans Wijnen voor en om de som van 102
rinsgulden eens. Het goed is enkel belast met grondcijns aan de heer. Op de
gichte moet Frans 77 gulden betalen, 25 rinsgulden op Pincxten eerstkomend, goitspenninck
1 stuiver. Frans is ter gichte gekomen.
Het geld dat van
deze verkoop gekomen is, is aangelegd aan een stuk land onder Beverloo voor
zijn kinderen. Frans stelt als borg een stuk broek geheten 'den Eelkens
Beempt', die grenst de erfgenamen van Thomas Mertens O en Nijs Stevens W.
1582, 15 maart.
P. 56
Jan Witters
heeft opgedragen huis en hof gelegen in Stal, zoals hem die zijn aangekomen van
zijn broer Henrick en een deel heeft hij gekocht van de man van zijn zuster.
Het goed grenst sheeren straet of aert Z, Lambrecht Witters O. Nog een stuk
land daarbij gelegen, Loons goed. Samen in een koop verkocht aan Lambrecht
Witters voor 105 rinsgulden eens boven de lasten. Het goed is belast met 6
stuivers jaarlijks en met sheeren grondcijns. Op de dag van gichten moet Lambrecht
ervan 48 rinsgulden geven en de rest 'toigst' in augustus eerstkomend. Hij zal
nog betalen aan Valentijn Joris en Griet Swinnen 8 rinsgulden eens. Deze zullen
niet in mindering komen van de koopsom. Lambrecht is ter gichte gekomen.
1582, 15 maart.
P. 56
Jan Van Postel
heeft met instemming van zijn huisvrouw Maria Giels en de mombers van Machiel
Giels opgedragen een stuk broek aan 'den Esselen Bos' gelegen, dat grenst Henrick
Luijtten O, Jeronimus Vrancken kinderen Z. Verkocht aan Mathijs Bollekens en zijn
zuster Marie voor 90 gulden eens. Het goed is enkel belast met grondcijns aan
de heer. Godspennick 1 stuiver. Mathijs en Maria zijn ter gichte gekomen. Het
geld dat hiervan gekomen is, is gebruikt aan een erfkoop zoals eerder Jan Van
Postel en Jan Reijners gedaan hebben. Jan Van Postel stelt aan Mathijs als borg
voor Machiel voorschreven het goed dat Jan vernaderd heeft met zijn zwager.
1582, 16 juni.
P. 57v
Keenen Heijmans
van Beverloo met zijn huisvrouw hebben opgedragen als borgtocht een stuk land
gelegen onder Stal, dat grenst sheeren straet W, Jan Cuenen O, voor 5 mudden
rogge Diester maat, de halster gerekend aan 28 stuivers. Keenen belooft deze te
betalen aan Aerd Moons: de helft op 'Alder Heijlichmisse' en de andere helft op
Kerstmis eerstkomend. Als Aerd zijn geld niet krijgt, zal hij het daaraan
kunnen halen, eventueel door te procederen.
1582, 13
december. P. 59(1)
Oriaen Vander
Banck heeft met instemming van zijn huisvrouw opgedragen een hoefke dat grenst
Matheuwes Huveneers Z, W en N, Oriaen voorschreven O; nog de helft van 'den As
Bos', dat grenst het gemijn broek N, de erfgenamen van Poels Van Hout O en Z.
Verkocht aan Matheuwes Huveneers voor 37 rinsgulden eens, goitspenninck een
halve stuiver, lijcoop 3 gulden. Betaald. Matheuwes is ter gichte gekomen.
1581, 01
september. P. 59(2)
Machiel Claes
als momber van Magriet Guens draagt op de tocht die ze heeft op en aan het goed
van de erfgenamen van Aert Witters. Ze heeft ervoor 10 rinsgulden eens
ontvangen. Volgens aanhef verkocht aan Aert Witters.
1583, 26 mei. P.
59(2)
Aert Witters en
Jan Jannis, Jan Custers als mombers hebben opgehouden en ontvangen het goed dat
Peter Tuenis kinderen is aangekomen na de dood van hun ouders. Ze zijn erin
gegicht.
1583, 26 mei. P.
59(2)v
Aert Witters, Jan
Jannis en Jan Custers als mombers van de kinderen van Peter Tuenis dragen op 2
stukken broek gelegen bij 'den Moelen Slach'', die grenzen O Paels Baers, W
Servaes Keenens erfgenamen, aan Tomas Baers. Verkocht zoals de mombers het goed
in Hechtel met brandende kaars uitgegeven hebben in 1 koop. Tomas is ter gichte
gekomen met recht.
1583, 26 mei. P.
59(2)v
Peter Wilms met
zijn huisvrouw Magriet Witters kwijt aan Peter Convents de 30 stuivers
jaarlijks zoals ze aan panden van Convents trokken en die ze verkregen hadden
van Lambrecht Scepers alias Ruytkens erfgenamen. Alles is ervan voldaan.
1583, 01 april.
P. 59(2)v
Kristiaen
(Keenen) Heymans als momber van zijn huisvrouw heeft ontvangen en opgehouden
het geld dat hen is aangecomen vanwege de ouders van zijn huisvrouw. Hij is
erin gegoed met recht.
1583, 01 april.
P. 59(2)v
Kristiaen
Heymans draagt met instemming van zijn huisvrouw op 2 driesen met een ewsel in
Kastel onder Coersel gelegen, die grenzen O de erfgenamen van Lambrecht
Halmans, W de erfgenamen van Wouter Bleuckmans, W de pastoor van
Coersel. Opgedragen aan zijn zwager Aert Dyricx als ruil op een goed in
Beverloe gelegen. Aert kreeg ervoor nog een paard. Aert is ter gichte gekomen
met recht.
1583, 01 april.
P. 59(2)v
Aert Dyricx
draagt op met instemming van zijn huisvrouw het goed dat hij hiervoor in ruil
heeft gekregen van zijn zwager Kristiaen Heymans aan Mathys Huveners eerste kinderen.
Aert ontving ervoor 175 rinsgulden eens. Het goed is enkel belast met
grondcijns aan de heer. Godts penninck 1 stuiver, lycop 4 rinsgulden. Mathys is
tot profijt van zijn eerste kinderen ter gichte gekomen.
1583, 23 april.
P. 60
Kristiaen
(Keenen) Heymans draagt met instemming van zijn huisvrouw op een stuk land in
Stal onder Coersel gelegen, dat grenst Mathijs Valentyns alias Joris erfgenamen
W, Jan Coenen O, tsheeren aert N, aan Aert Moens voor 4 rinsgulden jaarlijks.
Die moeten vrij van eender welke vorm van belastingen gegeven worden. Valdag op
Kerstmis eerstkomend. Kristiaen ontving ervoor 50 rinsgulden Brabants lopend
geld. Afleggen met gelijk geld en met volle intrest. Aert is in de 4 rinsgulden
jaarlijks gegoed met recht.
Naschrift. Op 10 juni 89
heeft Aert Moens aan Christiaen Heymans deze rente gekweten.
1583, 26
november. P. 60v
Jan Convents
alias Hocx /Hox draagt op het versterf van roerend en onroerend goed (nalatenschap)
dat hem aangekomen is na de dood van Bertholomewis Van Postel aan zijn
zwager Jan Van Postel voor 60 rinsgulden eens. De helft moet gegeven worden op
datum van gichten en de andere helft te oost (in augustus) eerstkomend.
Jan Van Postel is ter gichte gekomen met recht.
1583, 10
december. P. 61
Michiel Beckers
heeft het goed ontvangen en opgehouden dat hem aangekomen is na de dood van
zijn ouders.
1583, 10
december. P. 61
Michiel Beckers
draagt op een wijerken gelegen bij 'die Vrints Hage', dat grenst 'tseeren aert'
rondom. Verkocht aan Claes Valentijns voor 15 rinsgulden eens, goitspenninck
een halve stuiver, lycoop nae lantcoop. Claes is ter gichte gekomen met recht.
1583, 10 december.
P. 61
Bartholomewis
Tylens en Aert Van Hout, Jan Meyen als mombers van Bertholomeuwis Tylens broer
dragen op 1 rinsgulden jaarlijks aan de achtergelaten kinderen van Goris Tylens
volgens de conditie van een deling en de andere verdeeld. Valdag op Sint-Gielisdag
eerstkomend. Bartholomewis stelt aan de kinderen als onderpand een stuk land in
Haecxelaer gelegen onder Coorsel, dat grenst Peter Van Hout erfgenamen O,
Machiel Cuppers W, 'tseeren straet' N. Deze rente is af te leggen met 17
rinsgulden en met volle intrest. De mombers zijn in de naam van de voorschreven
kinderen van Goris ter gichte gekomen met recht.
1581, 17
oktober. P. 61v
Jan Yens, meier
van Miscom, heeft ontvangen en opgehouden het goed dat hem aangekomen is na de
dood van de ouders van zijn huisvrouw.
1581, 17
oktober. P. 61v
Jan Yens, meier
van Miscom, heeft met instemming van zijn huisvouw opgedragen huis en hof in
Coersel gelegen voor zover ze hoven onder de Brabantse heer. Ze grenzen 'den
Iaecx Hoff' O, zijn eigen Loons goed W en N, 'tseeren straet' Z. Verkocht aan
Jan Meyen zoals het beschreven is in het Loons register. Jan Meyen is ter
gichte gekomen met recht.
1585, 02 maart.
P. 62
Ffrancko
Vrancken, in het bijzijn van zijn momber Mathewis Huveners, heeft ontvangen en
opgehouden het versterf dat hem aangekomen is na de dood van zijn oom heer
Mathijs Vrancken. Hij is erin gegoed met recht.
1585, 02 maart.
P. 62
Ffrancko
Vrancken alias Van den Hoeve met zijn momber Mathewis Huveners dragen op zijn
aandeel - namelijk het zesde deel - in een stuk broek genaamd 'den Peerman',
die grenst O 'den Castelsen Dyck', N 'die Sluijs Beeck', Z 'het Moelen Goet'.
Opgedragen aan Henrick Wynen voor 25 rinsgulden eens boven de uitgaande lasten.
Ffranck staat er garant voor dat het goed belast is met het derde deel van 2
rinsgulden jaarlijks aan de erfgenamen van Govaert Goyns en met grondcijns aan
de heer. Hiervoor zal Henrick jaarlijks 2 rinsgulden geven die met de 25
rinsgulden eens af te leggen zijn. Henrick Wijnen is ervan ter gichte gekomen
met recht.
Marge. Vacat. Deze
rente van 2 rinsgulden jaarlijks heeft Henrick voorschreven afgelegd in 1582 op
4 mei. Vranck bekende dat hij volledig voldaan is.
1585, 02 maart.
P. 62
Wouter Vrancken
alias Van den Hoeffe heeft ontvangen en opgehouden het versterf dat hem is
aangekomen na de dood van heer Mathijs Van den Hoeve. Hij is erin gegicht met
recht.
1585, 02 maart.
P. 62
Wouter Van den
Hoeve alias Vrancken draagt op zijn aandeel van de beemd genaamd 'den Peerman',
zoals in de voorgaande gichte van zijn broer Ffranck beschreven staat, voor 25
rinsgulden eens boven de aanstaande lasten zoals voor genoemd. Henrick Wynen is
erin gegicht en gegoed met recht. Wouter ontving zijn geld.
1585, 06
december. P. 62v
Niclaes van Verl
met instemming van zijn huisvrouw Elisabeth (?) heeft opgedragen huis en hof in
Stal onder Coorsel gelegen, die grenzen tsheeren straet O en Z, 'het
Overlanders Goet' W, aan Jacop Convents voor 75 rinsgulden eens boven de
aanstaande lasten. Die zijn 35 stuivers jaarlijks en 'tsheeren gront seys' en
30 stuivers voor een kermis voor de vrouw, 7 oort als Godts penninck, lijcop
nae lantcoop. Jacop is ter gichte gekomen met recht.
1585, 13 juni.
P. 63
Henrick Claes
heeft de kaars laten ontsteken, met voorgaande proclamatie, in presentie van de
Brabantse wet op een erfkoop van huis en hof van zijn huisvrouw wegens
achterstel en schuld gelegateerd door zijn voorzaat Bartholomuwis Tielens. De
naaste erfgenamen heeft hij laten bekonden, namelijk Peter Wynen als man en
momber van Magriet Tielens als zuster van Bartholomewis voorschreven. Huis en
hof zijn gelegen in Coorsel en grenzen tsheeren straet O, N en Z, de erfgenamen
van Peter Put W. Hierop zette Henrick Claes 200 rinsgulden Brabants boven alle
uitgaande lasten, 1,5 stuivers voor een goodts penninck, 10 stuivers als
lycoop. Het bleef hem ervoor bij het uitgaan van de kaars. Henrick verzocht om
tot de gichte te komen. Na manisse van de meier en vonnis van de schepenen,
vermits er geen naaste erfgenamen tegen geopponeerd hebben, is Henrick in het huis
met 'den hoeve' gegicht en gegoed met recht.
1586, 08 maart.
P. 63v
Jacop Berten en
zijn zwager Peter Van Ham hebben ontvangen en opgehouden het goed dat hen is
aangekomen na de dood van de ouders van hun huisvrouw en na de dood van hun
zwager Paels Dierix. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.
1586, 08 maart.
P. 63v
Jacop Berten
draagt met instemming van zijn huisvrouw op een stuk broek aan 'die Vrinss
Haege' gelegen, dat grenst het broek van mijnheer van Everboede Z, Mathijs Put
W, Vincent Seysens O, 'die Maelbeeck' N. Verkocht aan Peter van Hamme voor 4,5
rinsgulden jaarlijks. Hiervan zijn 45 stuivers jaarlijks bevestigd aan panden
van de erfgenamen van Mathys Rutten genaamd 'die Dungen', die grenzen 'het
Molen Goet' Z en O, Korst Joris W; nog 45 rinsgulden (moet stuivers zijn, 90
stuivers=4,5 rinsgulden!) aan panden van Paels Seysens, die grenzen Korst
Van Ham erfgenamen O, 'die Oude Beeck' Z, het broek van Ffloreff N met de
hoeftpenninck zo bevestigd; nog 11 rinsgulden contant geld. Voorwaarde is dat
indien Jacop of zijn erfgenamen hinder of schade ondervonden betreffende de
renten met het kapitaal, dan belooft Peter dit goed te maken. Jacop staat er
garant voor dat het stuk broek los en vrij is van lasten op grondcijns aan de
heer na. De partijen zijn ervan ter gichte gekomen met recht.
1585, 16 mei. P.
63v
Jan Scepers /
Jaspaer Scepers.
Jan Scepers
kwijt aan Jaspaer Scepers de 30 stuivers jaarlijks zoals hem was toegedeeld in
erfdeling aan het gedeelte van Jaspaer. Dit is boven het achterstal dat Jaspaer
voorschreven aan Jan 'verleet' (verleggen: voorschieten) had aan
verlopen lasten. Ze kwijten mekaar ervan.
1586, 22 maart.
P. 64
Korstiaen/Kristiaen
Scepers draagt op huis en hof in Vurtken gelegen met nog een venne daarbij
gelegen, die grenzen tsheeren straet W en Z, O de erfgenamen van Peter
Kleersnijders; nog 2 halster land genaamd 'het Binnenbloock', dat grenst
sheeren straet W en N, Peter Van Erdewech erfgenamen O; nog een stuk land in
'die Geyteling' gelegen, grenzend 'die Geyteling' N, Jan Van Erdeweh W, Ffrans
Wynen Z, Jan Scepers O; nog een beemdje genaamd 'den Cool Haes', Loons goed dat
Kristiaen verkregen had als nauwere bloedverwant van Wouter Vrancken en gekomen
van Jaspaer Scepers. Verkocht aan Henrick Wynen voor 360 rinsgulden boven alle
lasten die eraan staan. Voorwaarde is dat Henrick in contant geld 260
rinsgulden zal geven en de resterende honderd rinsgulden betalen over een jaar
op de verjaardag in 1587, volgens de conditie die Wouter Vrancken tegen Jaspaer
Scepers had gemaakt, namelijk aan 6%. Korstiaen moet alle verlopen lasten
voldoen tot de dag van gichten toe. Het goed is belast met een half mud rogge
jaarlijks aan de H. Geest in Coorsel en aan Henrick Beckers cum suis met 4,5
rinsgulden; nog 1 rinsgulden jaarlijks en nog met 4,5 rinsgulden jaarlijks aan
Peter Crusens waarover twijfel bestaat. Jaspaer bekent hem deze rente niet
tenzij dat ze Peter voorschreven nog met recht geleerd worden. Mochten er nog
meer lasten aan staan dan hier vernoemd, dan zal Kristiaen ze aan Henrick
vergoeden aan de laatste betaling. Mochten alle renten die hiervoor staan aan
het goed niet gevonden worden, dan zal Henrick aan Korstiaen zoveel bijleggen
als de rente mocht bedragen. Lycop 5 rinsgulden, godtspenninck 2 stuivers.
Henrick Wynen is ter gichte gekomen met recht.
1586, 22 maart.
P. 64v
Servaes Van den
Put als momber van het kind van Jan Nesen kwijt aan Andries Wynen de actie of
het recht zoals het minderjarige kind mocht pretenderen aan het verkregen goed
van Magiel Wijnen en zijn huisvrouw Katherina, echtpaar. Servaes ontving ervoor
15 rinsgulden Brabants. Servaes draagt als een borg op een stuk land gelegen
'int Boven Bloeck', dat grenst Matewis Moens O, Magriet Smeets W, voor het
geval dat Andries hinder zou krijgen betreffende dit gedeelte van het verkregen
goed. Servaes belooft de lasten af te leggen: 10 stuivers aan de kerk van
Coorsel. De rest zal hij beleggen voor het kind en er rekening en bewijs van
geven.
1586, 22 maart.
P. 64v
Jan Convents
heeft ontvangen het goed dat hem aangekomen is na de dood van zijn ouders. Hij
is erin gegoed met recht.
Hij heeft
opgedragen een hofke gelegen in Coersel grenzen 'dLangvenne' O, Jan Reyners W
en Z, aan Jan Scepers voor 40 rinsgulden eens en 2 rinsgulden voor de vrouw in
contant geld, goitspenninck 2 stuivers, lycoop nae lantcoop. Jan Reyners is ter
gichte gekomen met recht.
Jan Convents
stelt als een borg een beemd genaamd 'den Elkens Beempt', die grenst O
Gysbrecht Stevens, W Jan Giels, N de 'Oude Beeck', aan Jan Reyners voor
mogelijke hinder of last om daaraan eventueel zijn geld te halen.
1586, 22 maart.
P. 65
Peter Convents
heeft opgedragen aan Jan Cnaepen huis en hof in Coorsel aan 'het Langvenne'
gelegen zoals Convents het verkregen heeft van Jaspaer Scepers zoals hiervoor
in het register staat en volgens de gichte in de Loonse bank 'mentie' maakt
over de Loonse en Brabantse goederen in een koop begrepen. Het grootste deel is
Loons. Jan Cnapen is ter gichte gekomen met recht.
Naschrift. P. 65. Op 5 maart
1587 heeft Peter Convents als vader en momber van zijn kinderen naderschap
verzocht van de koop in deze gichte beschreven. Jan heeft hem de naderschap
bekend.
1586, 19 april.
P. 65v
Peter Konvents
draagt op 3 gulden jaarlijks met de hoefpenninck (kapitaal) van 50
rinsgulden die hij als tochter trok aan panden van Peeter Guypens erfgenamen.
Ze staan aan huis en hof in Coorssel gelegen, die grenzen tsheeren straet N en
Z, O Bertholomes Tilens erfgenamen. Opgedragen aan Govaert Vanden Put alias
Guypens, die ter gichte is gekomen met recht. Peeter voorschreven als tochter (vruchtgebruiker)
belooft het geld weer aan te leggen aan goede en voldoende panden en de erfgenamen
ervan te attesteren. Daarom draagt hij op een rente van 6,5 gulden jaarlijks
aan panden van Jacop Convents om hun verhaal aan te hebben.
1586, 19 april.
P. 65v
Henrick Jans,
met instemming van zijn huisvrouw, als toekomstige erfgenamen van de hierboven
geschreven rente, stemmen in met deze kwijting. Henrick bekent dat hij ervan is
betaald.
1586, 28 maart.
P. 66
Jan Caelen als
kerkmeester en burgemeester van Beringen draagt op het derde gedeelte van een
bloecxke gelegen in 'die Geyteling', dat grenst Bonaert W, Matys Op Die Beeck
O, omwille van reparatie aan de kerk van Beringen. Verkocht aan Matys Reynders
voor 131 rinsgulden Brabants in een koop. Matys Reynders is ter gichte gekomen
met recht.
1586, 07 juni.
P. 67v
Exract uit het
schepenregister van de stad Diest.
Constitutie van
Barbara Voss.
Henrick Voss als
man en momber van zijn huisvrouw Barbara Vander Horst heeft onwederroepelijk
geconstitueerd de voorschreven Barbara, zijn aanwezige huisvrouw die
accepteert, om op te dragen de 4 rinsgulden jaarlijks uit een grotere rente van
6 gulden jaarlijks erfelijk met het verloop ervan die het echtpaart trekt op
een beemd gelegen in Coorsell toebehorend aan Hubrecht Dillen wonend in
Huesden. De andere 2 rinsgulden jaarlijks behoren toe aan Aleth Van der Horst.
Ze moet de 4 gulden jaarlijks opdragen aan Mathys Beckers wonend in Beringen,
op dezelfde wijze als zij ze trokken. Ze stellen de rente aan Mathys en zijn
nakomelingen. Hetgeen Barbara Van der Horst zal doen betreffende dit transport,
is vast en van waarde. Daarvoor staat Henrick Voss in met zijn persoon en
goederen. Opgemaakt op 6 mei 1586.
1586, 07 juni.
P. 67v
Aleth Van der
Horst heeft gewenst om zich te vermomberen. Haar werd Geert Claes als momber
geleverd met recht.
1586, 07 juni.
P. 67v
Aleth Van der
Horst voorschreven met haar momber en Barbara Van der Horst als speciaal
gemachtigde volgens de voorschreven constitutie gemaakt door haar wettige man
voor de schepenen van Diest, hebben ontvangen en daarna opgedragen 6 rinsgulden
jaarlijks zoals de gezusters trokken aan een beemd gelegen in Vurtken onder
Coorsell toebehorend aan de erfgenamen van Hubrecht Dillen, op alle manieren zoals
deze rente gehypothekeerd staat in ons register met de hooftpenninck. Verkocht
aan Matys Leenaerts alias Beckers en zijn nakomelingen voor 65 rinsgulden eens
volgens de Loonse valuatie en 2 halster boekweit geraamd op 5 rinsgulden Brabants.
Voorwaarde is dat Mathys de helft zal betalen op datum van gichten en de andere
helft op Bamis eerstkomend. goitspenninck 1 stuiver, lycop 2 rinsgulden. Mathijs
is ter gichte gekomen met recht.
1586, 09 juli.
P. 68
Cornelis
Binnemans heeft opgedragen een stuk broek in Vurtken onder Coorsell gelegen,
dat grenst 'die Oude Beeck' N, Kristiaen Jores W, de erfgenamen van Matys
Ketelbuyters O, aan Matys Lenarts voor 209 rinsgulden eens. Voorwaarde is dat
aan deze som alle lasten zullen in mindering komen die eraan staan. Daarbij
verkoopt hij nog het verloop op deze beemd jaarlijks, vervallen voor 3 jaren
van 2 rinsgulden jaarlijks en van 2 jaren van 6 rinsgulden jaarlijks die Mathys
voorschreven aan deze beemd trekt. Daarbij komen nog de kosten die Mathijs
heeft gehad in zijn procedure op de beemd. Mochten Mathys of zijn nakomelingen
ondervinden dat er nog meer lasten aan deze beemd staan dan de 2 rinsgulden
jaarlijks en de 6 rinsgulden jaarlijks, daarvoor draagt Cornelis op zijn ander Brabants
goed om daaraan zijn verhaal te hebben. Matys voorschreven is ter gichte
gekomen met recht. Cornelis belooft zijn huisvrouw voor het recht te brengen om
hiermee in te stemmen. Dat gebeurde daarna.
1586, 09 juli.
P. 68v
Henrick Wynen
heeft als nadere bloedverwant verzocht om de gichte van de voorschreven beemd,
gepasseerd in de voorschreven gichte, te bekomen. Matys heeft hem de naderschap
bekend op voorwaarde dat Henrick aan Mathys al hetgene zal geven en betalen dat
Matys eraan heft en uitgegeven heeft. Henrick voorschreven heeft aan dit
verzoek voldaan en Matys heeft aan Henrick de gichte weer opgedragen. Henrick
is erin gegicht en gegoed met recht.
1586, 09 juli.
P. 69
Henrick Wynen
heeft 'genamptyseert' goud en zilver om de gichte te vernaderen van 3
rinsgulden jaarlijks zoals Matys Lenarts gekocht heeft van Aleth en Barbara
Vander Horst, die gehypothekeerd staan aan de beemd uit de voorschreven gichte.
Matys heeft hem hiervan ook de naderschap bekend en heeft de gichte van de
rente weer opgedragen aan Henrick Wynen. Henrick is ervan ter gichte gekomen
met recht.
1586, 09 juli.
P. 69
Gylis Laukens
als armenmeester van Coersell heeft ontvangen en opgehouden het goed dat is
aangekomen en verstorven aan Mathys Gaermans na de dood van Anna Paels alias
Scepers. Gylis is er in de naam voorschreven in gegicht en gegoed met recht.
1586, 09 juli.
P. 69
Gylis Laukens
als armenmeester van Coersell draagt op een stuk land in Coersel op 'den
Huevel' gelegen en nog een eusell gelegen 'int Nywe Brock', dat grenst de erfgenamen
van Peter Brants en Jan Hommans Z, Anna Beckers W, de erfgenamen van Henrick
Kenens O. Verkocht aan Joris Scepers voor 46 rinsgulden Brabants eens. Wel te
verstaan dat dit goed verbonden is met 12 stuivers jaarlijks aan de H. Geest
van Coersell. Hiervoor zal Joris jaarlijks 3 rinsgulden Brabants eens gelden.
Deze rente kan hij lossen met 46 rinsgulden eens lopend geld volgens Brabantse
stijl. Hij stelt hetzelfde goed als een pand. Mocht dit goed in de toekomst
niet sterk genoeg zijn, dan stelt Joris tot een onderpand een stuk broek
genaamd 'die Broeckelen', dat grenst Hubrecht Dillen erfgenamen O, verder
sheeren straet rondom. Mocht Joris last ondervinden vanwege andere erfgenamen
die zeggen nauwere bloedverwanten te zijn van deze verkochte goederen en er zo
volgens recht toe komen, dan zal Joris ontslagen zijn van zijn onderpand. Gylis
Laukens is als armenmeester in de 3 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed met
recht.
Nota.
Het is te
verstaan dat Joris voorschreven aan de erfgenamen van Bartholomewis Moens 25
rinsgulden heeft gegeven die met testament zijn gemaakt van Anna Paels aan dit
voorverkocht goed te halen. Zo is aan het testament voldaan.
1586, 09 juli.
P. 69v
Joris Scepers
draagt op huis en hof in Coersell gelegen, die grenzen Servaes Kenens erfgenamen
O, Jan Paels W en Joris voorschreven Z, als pand voor 3 rinsgulden jaarlijks,
waarvan het kapitaal 50 rinsgulden bedraagt zoals blijkt in het register bij de
originele gichte waar dit geld werd ontvangen door Peter Paels huisheer van
Anna voorschreven. Ze zijn uitgereikt geweest door Aert Valentijns die in die
tijd tochter was van de voorschreven rente. Verkocht aan Jan Van Postel als man
en momber van zijn huisvrouw. Jan Van Postel is ter gichte gekomen met recht.
De eerste valdag is in 1587.
1586, 28 juni.
Jaergedinghe gehouden door meier en schepenen van de Brabantse justitie buiten.
P. 70v
Christiaen
Lambrechts heeft rechtelijk ontvangen en daarna opgedragen 8 rinsgulden
jaarlijks die hij hypothekeert aan zijn onsterfelijk pand en borg namelijk huis
en hof, die grenzen sheeren straet N, Henrick Brants W en Christiaen zelf O,
aan Dingen Cuypers. Kapitaal 100 gulden Brabants. Mocht dit pand onvoldoende
worden in de toekomst, dan belooft Christiaen dat hij het sterk genoeg zal
maken. Daarvoor staat hij garant. Dingen zal deze 8 rinsgulden los en vrij
trekken zonder enige aftrek van eender welke vorm van belastingen. Ze zijn te
kwijten met lopend geld. Valdag jaarlijks op Sint-Jan Baptistendag. Dinna
(Dingen) is ter gichte gekomen met alle vormen van recht.
1586, 28 juni.
P. 70v
Jan Van Ham
heeft zilver en goud ter beschikking gesteld van Valentijn Valentijns en zo
vernaderd de erfkoop, als nauwere bloedverwant, die Valentijn gedaan had tegen
Jan Valentijns met zijn medegeringen. Jan Van Ham is na afstand van Valentijn
ter gichte gekomen.
1586, 18
september. P. 71v
Keynen Heymans
als man en momber van zijn huisvrouw heeft ontvangen en daarna opgedragen een
stuk land gelegen in Stal onder Coersel, dat grenst Jan Cuenen O, N een Loonse
uutfanck, Z Gielis Laukens, W Magriet Boelaerts erfgenamen, aan Mathys
Huveners. Ontving ervoor 325(?) gulden Brabants voor zowel het Loons als het Brabants
goed in een koop. Keynen staat er garant voor dat het goed los en vrij is op
grondcijns aan de heer na. Mathys is ter gichte gekomen. Lijfcoop 6 gulden en 5
stuivers Goedtspenninck.
1586, 15
oktober. P. 71v
Aert Dirix
vernadert de erfkoop voorschreven die Mathijs Huveners tegen Keynen Heymans
heeft gedaan. Mathijs bekende aan Aert de naderschap. Aert zal de verkoper
betalen volgens de gichte. Aert is ter gichte gekomen.
1586, 16
oktober. P. 72v
Geert Ghijsen
draagt op een stuk land gelegen in Vortken, dat grenst Pauls Van Hout erfgenamen
O, Joris Van Kreywinckel erfgenamen W, tsheren straet N, aan Bertholomeus
Tielens op alle manieren zoals hij dat van Bertholomeus Tielens voorschreven
vroeger gekocht heeft. Bertholomeus is ter gichte gekomen.
1586, 16
oktober. P. 72v
Peter Pauwels,
Dimna Pouwels en Cristina Pauwels hebben als momber gekozen hun vader Pauls
Pauwels en Lenaerd Pouwels een van de kinderen van Pauls.
1586, 16
oktober. P. 72v
Jan Gysbrechts
heeft 'onderstaen' (vernaderd) het goed dat hij vroeger verkocht heeft
aan Claes Heskens. Jan doet dat met zijn kind Jenniken Gysbrechts als momber
van dit kind. Na afstand door Claes, is het kind erin ter gichte gekomen met
recht.
1586, 18
oktober. P. 72v
Pauwels Pauls
heeft de 200 gulden die aan zijn voorkinderen zijn afgelegd vanwege Vranck
Swinnen alias Huesdemans, opgelicht voor de Brabantse wet, en draagt op tot
zekerheid van zijn voorkinderen 8 gulden jaarlijks die staan aan panden van de erfgenamen
van Aert Witters in Stalle, zoals in ons ander register staat. Verder zal
Pouwels de rest tot behoef van de kinderen uitzetten. In 86 op 15 december
heeft Pals Pals dit geld gebruikt voor de koop van het virendeel van 'het
Houteren Block', dat gekomen is van Michiel Belmans voor 10 gulden Brabants;
met 3 stuivers jaarlijks. Daarmee is alles voor zijn eerste kinderen belegd.
Marge p. 72v
In 1613 op 2 mei
kwamen voor recht Pauls Paels, Peter Paels, Bartholomeus Gielkens als man en
momber van Christina Pauls, heer Pauls Paels en Blaserius Van Haut als man en
momber van Anna Pauls en ze kwijten samenderhand de rente van 8 gulden
jaarlijks. Alles ervan is voldaan.
1586, 11
december. P. 74v
Heer Hubrecht
Bonhum heeft als mombers gekozen Peter Leysen en Jacobus Van Heirloe en heeft
daarna opgehouden het goed dat hem is aangestorven van zijn ouders zaliger. Het
betreft een hofstaet onder Coersel, 'den Modt' genaamd.
Heer Hubrecht
heeft vervolgens opgedragen de hofstat die grenst Z Anna Van Winckel, O 'de
Langhen Hoeff', aan Lenaert Paels. De koopsom is 47 gulden Brabants. Heer
Hubrecht ontving zijn geld. Lyfcoep nae lantkoep. Lenaert is ter gichte gekomen.
1587, 08
januari. P. 75v
Jan Valentijns
heeft opgedragen huis en hof gelegen in Castel onder Coerssel, die grenzen O
'die Lanck Stucken', W en N tsheren straet, Z Jan Keynens erfgenamen. Verkocht
aan Peter Stevens voor 200 gulden en een half (200,5 of 250?). Peter is ter gichte
gekomen. Hier zijn zowel Loonse als Brabantse goederen samen verkocht in een
koop.
1587, 23
februari. P. 78
Art Dirix heeft
opgedragen een helft van een stuk land gelegen in Corsel naast 'die Moens
Hoeff', dat grenst Art Dierix O, Margriet Boelerts W, Gielis Wouters Z, Jan Coenen(?)
N. Verkocht aan Jan Van Ham voor 200 gulden Brabants in dobbel ducaten in
specie zoals ze gangbaar en gevig zijn en met gouden en zilveren philips
daelders zoals ze gangbaar zijn. Lycoop nae lantcoop, goitspenninck 23 stuivers
1 ort en als spelgeld voor de vrouw 4 gulden. Allemaal onbelast geld, dus
netto. Betaald. Jan is ter gichte gekomen met recht.
1587, 23
febuari. P. 78
Henrick
Bloeckmans heeft opgedragen een 'weyeken'/'weijerken' gelegen in 'die Scrick
Heyde, dat grenst rondom sheeren art, aan Jan Smets voor 43 gulden Brabants. Lycoop
nae lantcoop, goitspenninck 5 stuivers. Jan Smets is ter gichte gekomen met
recht.
1587, 27
februari. P. 78v
Oriaen Oriaens
heeft met instemming van zijn huisvrouw ontvangen en opgedragen een stuk land
in 'Jan Coenen Hoef', dat grenst Aert Dirix aan 2 zijden, Jan Coenen O.
Verkocht voor 10 stuivers Brabants boven alle lasten. Het is belast met 22
stuivers jaarlijks aan de H. Geest van Corsel en nog staat er aan gelegateerd
dat Keijn Moens, natuurlijke dochter, zal trekken eens 16 gulden Brabants. Jan
Coenen is ter gichte gekomen met recht.
1587, 27
februari. P. 78v
Peter Boyen
heeft opgedragen de helft van een bos gelegen in Coerssel, dat grenst W Henrick
Beckers, Catlijn tSryken O, Jan Smeets N, aan Henrick Beckers voor 18,5 gulden.
Hendrick is ter gichte gekomen. Lyffcoop nae lantcoepe, goitspenninck 5
stuivers.
1587, 27
februari. P. 79
Mary Van
Mechelen met haar momber Peter Convents draagt op de tocht die ze bezit vanwege
haar eerste man Matheuwis Deroye zaliger van huis en hof genaamd 'de
Overlenden', land en broek. Opgedragen aan Gilis Seysens, Henrick Puthens,
Oriaen Puttens, Merck Bylkens als man en momber van zijn huisvrouw, Jan Deroye
en zijn broer Geert De Roye die onmondig is en voor wie hij zich sterk maakt,
Anniken De Roye met haar momber Aert Hensberchs, voor zover het hen na de dood
van Maria mocht aangaan. Dit is gebeurd met recht.
1587, 27
februari. P. 79
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft de voorschreven partij opgedragen de voorschreven goederen,
zowel Brabantse, laet- en Loonse goederen aan Mary Van Mechelen, zoals het
beschreven werd in het Loonse register en de gichte passeerde er op deze datum.
Mary is ter gichte gekomen met recht.
1587, 15 april.
P. 85
Andries
Valentijns en de mombers van de achtergelaten weduwe van Aert Valentijns
zaliger kwamen tot een akkoord betreffende de actie van zijn patrimonie zoals
Andries verschenen (toegevallen) was. Andries staat alle actie af en
scheldt kwijt mits deze aan de erfgenamen van Aert voorschreven. Hij zal er
nooit nog over spreken behalve dat hij zal hebben van de kopers 50 gulden eens
te geven tussen dit en Bamis eerstkomend.
Daarna, op 20
april heeft Henrick Kenens als momber van Geertruyt Bosmans, achtergelaten
weduwe van Aert Valentijns zaliger, opgedragen haar tocht tot behoef van haar
kind. Het is daartoe gekomen met recht.
Nu tocht en erve
samen zijn, hebben Nielis Valentijns en Heyn Witters als mombers van Berbel
achtergelaten wees van Aert Valentijns opgedragen huis en hof in Stal onder
Coersel gelegen, dat grenst Mathys Huveners W, N tsheren straet en ook O en Z.
Verkocht aan Jan Convents voor 250 rinsgulden Brabants eens boven alle
kooplasten daarop gedaan en nog te doen. Lycoop nae lantcoop, goitspenninck 2
rinsgulden. Conditie is dat Jan zal geld geven op datum van gichten of goed en
voldoende onderpand stellen, namelijk voor 100 gulden te gelden 6 gulden
jaarlijks. Hiervoor zal Jan tussen dit en Bamisse in contant geld 50 gulden
betalen en voor de rest zal hij rente geven. Jan is ter gichte gekomen met
recht.
De mombers van
het kind verklaren dat dit goed profijtelijker verkocht is dan gehouden vermits
de reparatie die eraan moet gebeuren. Ze dragen op in handen van de meier van
het laethof een stuk land in Stal gelegen, dat grenst 'den gemeynen mespat' O,
Claes Thys erfgenamen W, als een onsterfelijke borg voor het geval dat Jan
Convents in de toekomst last kreeg erom van het kind, zodat hij eraan zijn geld
kan halen.
1587, 20 april.
P. 85v
Jan Convents
draagt op het voorschreven huis en hof als een pand voor 12 gulden jaarlijks
aan Gertruyt Valentijns. Te kwijten met 200 gulden Brabants gevalueerd lopend
geld en met volle intrest, met 100 gulden per keer indien hij wenst. Voor het
geval dat in de toekomst het pand onvoldoende zou zijn, draagt Jan als een
onderpand een stuk broek op aan 'den Heynschen Padt' gelegen, laetgoed, dat
grenst Anna Hoecx O, Jan Ghiels W, de Oude Beeck Z, de erfgenamen van Jan Nelis
N, om hieraan eventueel hun geld te halen. Jan belooft dat hij ook nog
onderpand zal stellen in de Loonse bank indien het nodig is.
Naschrift. Op 24 september
1587 heeft Jan Convents overgeteld in afkorting van de 250 gulden voorschreven
50 gulden. Hij blijft dus nog een rente van 12 gulden jaarlijks gelden aan het
kind voor het kapitaal van 200 gulden.
1587, 16 juli.
P. 87
Jan Puerters
heeft ontvangen en opgedragen met instemming van zijn huisvrouw zijn aandeel in
een stuk broek genaamd 'het Molenbempdeken', dat grenst Peter Smeets O, W Peter
Mathys erfgenamen. Verkocht aan Peter Smeets voor 20 gulden Brabants boven de
lasten, lycoop nae lantcoop, goitspenninck een halve gulden voor de kerk van
Coersel. Peter is ter gichte gekomen met recht.
1587, 16 juli.
P. 87
Jacob Convents
heeft opgedragen 7,5 gulden jaarlijks die staan aan huis en hof zoals Peter
Convents van Jacop vroeger gekocht heeft. Het goed grenst Peter Convents Z,
Valentyn Convents en Mathys Huveners N. Verkocht aan Peter Convents en zijn
huisvrouw Judith en hun nakomelingen. Ze staan te kwijten met 125 gulden eens
volgens de originele gichte. Peter Convents is ter gichte gekomen met recht.
1587, 16 juli.
P. 87v
Op 31 maart 1587
verscheen voor de notaris die resideert binnen de stad Diest Willem de Waert
met zijn wettige huisvrouw Elizabeth Vander Maerten. Ze hebben samen onherroepelijk
geconstitueerd (afgevaardigd) Jan Smeets om in hun naam te transporteren
aan Peeter Smeets, broer van Jan Smeets voorschreven, een rente van 6
carolusgulden jaarlijks die hen toebehoren en die bepand staan aan een stuk
broek geheten 'het Molenbroeck', gelegen in Voirtken onder Coerssel, aan Peeter
Smeets. Hij moet alles doen zoals Willem zelf zou doen indien hij zou aanwezig
zijn, ook relievement. Opgemaakt binnen Diest op de rentmeesterije in
aanwezigheid van Hans Vanden Gayere en Pouwels Vander Straten als legale
getuigen. Getekend notaris P. Vaesmans(?).
1587, 16 juli.
P. 88
Jan Smeets, uit
kracht van de voorgaande constitutie, heeft ontvangen en opgedragen de 6
rinsgulden jaarlijks hiervoor vermeld aan 'het Molenbroeck' verpand aan zijn
broer Peeter Smeets voor 90 gulden. Peter is ter gichte gekomen met recht. Lycoop
nae lantcoop, goitspenninck 1 carolusgulden.
1587, 24
september. P. 89v
Op 24 september
1587 verscheen bij de notaris Jan Roelants borger en inwoner van de stad
Diest. Hij constitueert en maakt machtig onwederroepelijk met deze akte Franco
Maechs om in zijn naam en van zijnentwege te verschijnen voor meier en
schepenen van de bank van Lumpnen ter Brabantse aarde, of waar het nodig mocht
zijn om daar op te dragen en te transporteren de rente van 3 rinsgulden en 10
stuivers jaarlijks zoals wijlen Elizabeth Scheipers, de moeder van de huisvrouw
van de constituant voorschreven, heeft verkregen van wijlen Dionijs Mertens. Ze
staat op en aan een 'hoeffve' gelegen in Coersel onder Stall bij erve van
Jasper tSeijsens. Het goed grenst tsheren straet O, Reyner Laukens kinderen Z
en Niel Cornelis kinderen N. Nu behoort het goed toe aan Jasper tSeijsens.
Valdag is op Sint-Jorisdag volgens de originele brief van juni 1552. Franco
moet er wettelijk afstand van doen en kwijtschelden met recht. Met deze
constitutiebrief moet Franco in zijn plaats stellen de E.H. pater en andere
conventualen van het godshuis van de Bogaerden binnen de stad Diest. Hij moet
het godshuis erin laten gichten en in volle eigendom stellen en er een brief
van laten opmaken. Hetgeen de afgevaardigde regelt, is standvastig en
onverbrekelijk. Opgemaakt binnen Diest in presentie van Christiaen Van
Streyrode en Jan Blocx als getuigen. Ondertekend door notaris Cornelius Vander
Straten die resideert in Diest. De gichte is te vinden p. 90v.
Marge p. 89v. Franco Maechs
heeft tevens gereleveerd de rente van Jan Ruelens als volledig
gevolmachtigde.
1587, 24
september. P. 90v
Franck Maechs
heeft, uit kracht van constitutie op zijn persoon gegeven door Joannes Roelants
via de constitutiebrief op p. 89v, ontvangen en opgedragen de rente van 3
gulden en 10 stuivers jaarlijks zoals wijlen Elizabeth Sceipers, de moeder van
de huisvrouw van de constituant, verkregen had van wijlen Dionijs Mertens. Ze
is in de constitutie beschreven. Opgedragen aan de heren Bogaerden van Diest.
Broeder Valentijn Stevens procurator van het voorschreven godshuis is ter
gichte gekomen met recht van deze bank.
Naschrift p. 90v
Op 11 februari
1593 is dit transport met de originele gichte van 3 gulden en 10 stuivers
jaarlijks afgelegd door Jaspar Seysens en gekweten door Jan Gijsens als
gecontitueerde vanwege de Bogaerden, volgens de constitutiebrief in ons
register geregistreerd op 14 januari 1593. Folio 15.
1588, 07 januari.
Op jaergedinghe. P. 93
Willem Uut den
Limighen als momber van zijn kinderen en Reyner Op de Heye als momber van zijn kinderen
releveren en dragen op een stuk broek geheten 'den Molenbeempt', die grenst
Peter Maechs W, zijzelf O, N dAuwe Beeck', Geert Wynen Z. Verkocht aan Peter
Smeets voor 32 gulden Brabants. Peter is ter gichte gekomen met recht. Lycoop
nae lantcoop, goitspenninck 5 stuivers.
1588, 03 maart.
P. 97v
Jan Van Ham als
man en momber van zijn huisvrouw en de mombers van Cristina Goyens en Jan Van
Ham voorschreven die zich sterk maakt voor de kinderen van Peter Goyens alias
Mutsen en Jan Van Postel en Jan Mommen hebben samen ontvangen en daarna
opgedragen het goed dat hen aangekomen is na de dood van Peter Wilboerts
zaliger. Het gaat om huis en hof gelegen in Coersel 'inden Postelmans Hoeck',
die grenzen Z Jan Van Postel, tsheeren straet W, N 'het Breeven' (Breetven);
nog een stuk land genaamd 'die Hoeff', dat grenst Aert Van Postel Z, W
Bertholomeus Tielens en verder tsheeren aert; nog 2 stukjes broek waarvan het
ene grenst Willem Houben erfgenamen, de erfgenamen van Aert Neelens O; nog een
stuk broek aan 't Bosch Euwet'. Verkocht aan Bertholomeus Smeets voor 893
gulden. De helft daarvan zal de koper geven op de gicht en de andere helft op de
dag van verjaren. Zowel Loons als Brabants zijn in 1 koop begrepen. Voorwaarde
is dat alle lasten zullen in mindering komen van de koopsom. Alle vervallen
lasten zullen door de verkopers schoon gemaakt worden tot op datum van gichten.
Na de gichtdatum moet de koper de lasten voldoen. Conditie is dat 'de winne'
mag blijven in zijn cultuur 'oft bouwinghe' tot Sint-Gilis eerstkomend 'ende
alle vruchten tzijnen ghewoenlycken tyde gebruycken' en daarna zal hij moeten
ruimen. Bertholomeuw Smeets is ter gichte gekomen. Licop na lantkoipe,
Goitspenninck' 6,5 gulden Brabants voor de kerk.
1588, 01
september. P. 100v
Jan Van Ham
draagt op een stuk land dat grenst Molders kind O en W Jan Convents, aan
Bertholomeus Smeets als een borg voor de koop die Jan heeft gedaan van
Bertholomeus volgens het register. Indien er enige lasten op de erfgoederen
stonden of problemen kwamen vanwege de erfgenamen van Peter Goyens, zal
Bertholomeus daar zijn verhaal (zijn geld kunnen halen) aan hebben.
1588, 06
oktober. P. 100v
Jan Noipe alias
Knape heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Vaes Hoeff', dat grenst Peter
Van Hout erfgenamen O, Z tsheren straet, W Jacop Coppens erfgenamen. Verkocht
aan Jacob Beckers. Het is te verstaan dat Jan hiervoor heeft gehad een ander
erf van Jacop in 't Loensche' gelegen. Jacop zal nog toe hebben van Jan 110(?)
gulden Brabants. Jacop is ter gichte gekomen met recht. Indien er enige last
gevonden wordt aan het land, zal Jan die eraf doen zonder dat Jacop schade
ondervindt.
1588, 04
december. P. 101v
Jan Scepers, met
instemming van zijn huisvrouw Maria Kenens, heeft ontvangen en opgedragen een
stukje broek in Oversel gelegen. Het grenst Jan Brauwers O, Goeris Meynen W,
Pauls Baerts erfgenamen N en Thomas Brauwers Z. Verkocht aan Goeris Meynen van
Hechtel voor 50 rinsgulden eens en 30 stuivers voor de huisvrouw van Jan, goitspenninck
5 stuivers 1 oort, lycoep nae lantc coep. Jan Scepers staat er garant voor dat
het goed enkel is belast met grondcijns aan de heer. Goeris is ter gichte
gekomen.
1589, 12
januari. P. 102v
Frans Sentens
heeft opgedragen een stuk land gelegen in Coersel bij 'die personagie'( de
pastorij), grenzend de pastoor van Coersel O en Z, tsheren straet N, aan
Pauwels die Wever van Dessel wonend in Huesden onder Obbersel. Het is geruild (gemangeld)
voor een goed in Halle onder Huesden gelegen. Frans staat er garant voor dat
het goed belast is met 7 stuivers aan de pastoor van Coersel en met grondcijns
aan de heer. Pouwels is ter gichte gekomen.
1588, 09
juli. P. 103v
Matys Huveners
heeft geklaagd op huis en hof toebehorend aan het achtergelaten weeskind van
Daniel Claes gelegen in Stal onder Coersel, grenzend sheren straet aan 3
zijden, door gebrek van betaling van 5 gulden jaarlijks zoals blijkt in de
originele gichte. Jan Van Ham als momber van het voorschreven kind werd
daartegen bekond en de 'dach besceyden', zoals dienaar Jan Gysen verklaarde.
Deze verscheen niet en reageerde er ook niet op. De schepenen hebben het pand
zoals het hoort betreden tot de evictie toe en alle partijen werden voor het
recht geëist, maar verschenen niet om er iets tegen in te brengen en daarom
werden ze gemaand om recht te doen. Ze wijzen dat Matys voorschreven zal
gichten in het pand volgens usantie van het recht van onze bank. Hij is ter
gichte gekomen met recht.
Gichten uuyt den
doncker int cleer gesedt.
1588, 28
januari. P. 104v
Jan Convents als
gemachtigde van Sebastiaen Keenens en tevens de mombers van de kinderen van
Lambrecht Geerts zaliger, Peter Convents, Gielis Wouters en Frans Dullaerts
hebben samen opgedragen een 'eeuwt' genaamd 'het Pruer Eeuwt', dat grenst
sheeren sraet aan 2 zijden, Anna Hoecxs O en Simon Beckers W. Verkocht aan Jan
Leysen voor 116 gulden, lijcoep nae lantcoop, goitspenninck voor de kerk 20
stuivers. Jan Leysen is ter gichte gekomen.
1589, 17 oktober. P. 109
Aerdt Stevens
heeft opgedragen een stuk land gelegen bij 'die Claes Hoeve', groot 3 vaet
zaaiens ongeveer, grenzend Jan Stevens erfgenamen 1), Nielen Claes erfgenamen
2) en sheeren straet 3), aan Aerdt Diericx als nauwere bloedverwant van de erfgenamen
van Jan Cillen die dit land aan Aerdt Stevens voorschreven verkocht hebben.
Stevens ontving ervoor 44 gulden Brabants. Lycoop nae lantcoop, goitspenninck 1
stuiver. Aerdt Diericx is ter gichte gekomen met recht.
1590, 08 februari. P. 112
Peter Convents
als gemachtigde van Elisabeth Stevens, begijn in Diest, zoals blijkt uit de
constitutie of ‘machtichschap’ die hij getoond heeft vanwege Elisabeth
voorschreven gepasseerd voor Cornelis Vander Straeten notaris en getuigen van
1589 op 3 juni. Hij heeft in naam van Elisabeth opgedragen een stukje land van
een vat zaaiens groot ongeveer gelegen in Stalle onder Coersel. Het grenst
Peter voorschreven 1) en sheeren straet aan de andere zijden. Verkocht aan
Peter Van Hamme voor 17 karolusgulden eens (de rinsgulden aan 20 stuivers
gerekend). Onbelast los geld geven in contant geld. De verkoopster verzekert in
de prouratie dat het slechts belast is met grondcijns aan de heer, die niet in
mindering komt van de koopprijs. De koper moet lycoop betalen naer lantcoop en
alle kosten en rechten van gichten en goedinge, pontpenningen indien van
toepassing en alle mogelijke kosten van transport. Peter Van Hamme is in het
stukje land gegicht en gegoed met recht.
1590, 10 mei. P. 113v
Jan Leijsen
heeft opgedragen een rente van 3 rinsgulden jaarlijks die komt van 6 rinsgulden
jaarlijks zoals vroeger Mathijs Van Ham heeft gehaald, volgens de inhoud van
ons register. Jan heeft ze verkregen van de erfgenamen van Thomas Mentens en
het was hen aangestorven vanwege Gielis Diericx. Jan draagt nog op aan Pauls
Pauls een gedeelte in 't Haechdoeren Bloeck' dat Michiel Buelmans/Brielmans
verkregen heeft van Matthijs Van Ham, zoon van wijlen Jan Van Ham. Het grenst
'het Moelen Straetten' 1), Jan Hommns 2), Catlijn tSrijcken 3) en 4). Verkocht
aan Pauls Pauls alis der Smet voor 90 gulden eens en aan de huisvrouw van Jan
voor een kermis een paar 'muijlen' met 'inckel schoenen'. Voorwaarde is dat
indien Pauls of zijn erfgenamen in de toekomst hinder of last zouden
ondervinden betreffende dit gekocht goed, dan kan hij zijn schade beperken en
zijn geld halen aan een stuk land aan 'die pastorije' gelegen in Coersel. Het
grenst de pastorij O, sheeren straet N en 'den Hoevel' Z. Jan werd betaald.
Pauls is ter gichte gekomen met recht. Lijcoep nae lantcoep, Goidspenninck 5
stuivers 1 oort. (‘Inckel’ is ons dialect voor ‘enkel’.)
1590, 10 mei. P. 113v
Jan Ketelbueters
heeft opgedragen een stuk land gelegen in Coersel op 'die Scrieck', dat grenst
Peter Maechs erfgenamen aan 2 zijden en 'die Scrick Heye' 3) en 4). Verkocht
aan Pauls Pauls voor 10 rinsgulden Brabants eens, los en vrij boven alle lasten
met uitzondering van de grondcijns aan de heer. Jan heeft dit goed eerder
gekocht met zijn eerste huisvrouw en het geld hiervoor is gekomen van het
patrimoniegoed van Jan. Betaald. Pauls is in het land gegicht en gegoed met
recht.
1588, 05 december. P. 115
Jan Leysen,
Brabants meier, Peeter Convents Brabants schepen, Valentijns Valentijns Loons
schepen, Jan Smeets armenmeester, Servaes Vanden Putte kerkmeester, Henrick
Kenens, Christiaen Scepers, Jan Stevens en Gielis Wouters gezworenen met meer
andere 'innegeseten ende gemeijnteners' van het dorp van Coorssel hebben voor
hun personen en voor de hele gemeente beloofd de panden te ontlasten van Peter
Leysen die hij heeft gesteld als borg in de bank van Oostham voor een rente van
10 rinsgulden jaarlijks. Ze staat aan panden van Cristijn Vaents onder
Tessenderloo. Het geld is gebruikt voor het rantsoen van heer Marten Heckens (Heckius volgens
Marcel Lens)
pastoor van Coerssel om hem uit de gevangenis te verlossen waar hij binnen
Geertruyenbergen door de Guesen gevangen lag. Indien Peeter Leysen of zijn
panden nu of in de toekomst hierom worden gemolesteerd, hebben ze beloofd op
hun persoon en nakomelingen en op hun goederen dat ze deze ervoor verbinden. Is
in hoede van schepenen gekeerd.
1590, 24 juni. P. 116
Op 7 juni 1590
heeft Christiaen Scepers als man en momber van Catharina Kenens in het recht
ingesteld het testament en de uiterste wil van wijlen Peter Meijen en zijn
huisvrouw Catlijn Kenens. Hij verzoekt om het te proeven. De schepenen wezen
dat men de partijen bekonden zal of iemand iets tegen dit testament wilde
zeggen. Werd bedaagd: Aerdt Stevens als momber van de achtergelaten kinderen van
Peter Meyen voorschreven. Hij verscheen voor het recht en stemde in met het
testament voor zover het de kinderen aangaat voor wie hij momber is en dat het
testament zijn effect zal sorteren voor zover de schuld van Peter Meijen
zaliger en zijn huisvrouw bedragen mag. Tevens moet men de pastoor of de
notaris met de getuigen van het testament examineren om te weten of het zo is
gebeurd zoals het in het recht werd neergelegd.
Op 24 juni 1590
heeft heer Jan Cornelis, vroegmisheer in Beringhen, als notaris van het
voorgenoemde testament die ervoor bedaagd werd om te getuigen, op zijn
priesterlijke borst bevestigd dat het testament zo voor hem is gemaakt. Jan
Leysen, op de eed die hij als meier gedaan heeft, accordeert met hem. Peter
Oriaens gaat er ook mee akkoord als getuige onder eed. Daarop wezen de
schepenen, die ervoor gemaand werden, dat het testament zo mag uitgevoerd
worden voor het legaat tot zover de schulden bedragen. Hierna volgt het
testament.
Testament van
Petrus Meyen.
In de naam ons
heeren Amen. In 1586 op 11 maart, tijdens het pausdom van onze heilige vader
heer Sixtus V in het eerste jaar van zijn kroning - 'want ons verlosser Jesus
Christus Gods soene dije doot gesmaeckt heeft bij vele diverse pijnen aent
cruys hem heeft laeten recken om onsse sonden aff te nemen, ende is gestelt in
versmadenisse tuschen twee mordenaren',- heeft ook zijn testament gemaakt,
zeggend: Vader in uwen handen beveele ick mijnen geest'. Nu ter tijd heeft
Peter Meijen, die ziek is van hart maar nog met goede memorie en verstand
bedacht, heeft zijn uiterste wil of testament willen maken. Hij beveelt aan
Godt van het hemelrijk en aan Maria zijn gebenedijde moeder en al Gods lieve
heiligen zijn ziel als zij uit zijn lichaam scheiden zal en zijn dood lichaam
aan een gewijde plaats en voor pastoor en koster elk zijn rechten. Peter wil
dat de 100 gulden die ze nu ter tijd schuldig zijn van koop, zullen aan dit
goed gesteld en gezet worden; nog maakt hij aan zijn huisvrouw om de andere
schuld te betalen en haar kinderen op te voeden het versterf dat hem aangekomen
is van zijn nicht Marike. Hij wenst dat dit testament zo van macht zal gehouden
worden in alle rechten, zowel wereldlijke als geestelijke. Opgemaakt in het
huis van de testateur in presentie van de getuigen Jan Leysen en Peter Oriaens.
Ondertekend: 'Ita est dominus Joannes Cornelii'.
Christiaen
Schepers, om te voldoen aan de wil van de testateur en het gewijsdom van de
schepenen, brengt aan voor recht dat hij nu als man en momber van de huisvrouw
van de testateur de 100 gulden heeft betaald zoals de testateur heeft vernoemd
en die ten achter waren van de koop aan Sebastiaen Kenens. Nog heeft hij
betaald aan Jan Vos van Hasselt van het smidsgereedschap 23 gulden; nog aan
Marie Geerts betaald 25 gulden Brabants, die de testateur haar toegezegd had
opdat ze de koop van Sebastiaen Kenens niet zou vernaderen.
1590, 24 juni. P. 116v
Christiaen
Scepers als momber van zijn huisvrouw Catlijn Kenens, die aanwezig is en
instemt, heeft opgedragen een beemd genaamd 'den Achtersten Smeyers Beempt',
gelegen op 'den Stalssen Mespat', die grenst Mathewis Tys W, Valentijn
Valentijns O en d'Auwe Beeck N. Hij heeft zich ontgicht tot profijt van Peter
Convents, die dadelijk daarna in de halve beemd voorschreven wordt gegicht en
gegoed met recht. De koop is 60 gulden Brabants, 3 gulden voor de huisvrouw van
de verkoper en 10 stuivers als godspenninck, lijcoep 2 gulden. Christiaen staat
er garant voor dat zijn deel niet meer belast is dan met 20 stuivers volgens
hun deling aan de erfgenamen van mr. Peter Kenens
1590, 24 juni. P. 116v
Jan Scepers
heeft ontvangen met zijn huisvrouw de andere helft van 'de Smejers Beempt'
voorschreven die haar aangestorven is na de dood van haar ouders. Hij is erin
gegicht met recht. Dadelijk daarna heeft Jan met instemming van zijn huisvrouw
opgedragen zijn deel van de voorschreven 'Achtersten Smejers Beempt' aan Peter
Convents, die dadelijk in de andere helft van deze beemd voorschreven wordt gegicht
en gegoed met recht. De koop was 60 gulden als boven en ook met goitspenninck
en lijcoop hetzelfde. Jan staat er garant voor dat zijn deel ook belast is met
20 stuivers aan de erfgenamen van mr. Peter voorschreven boven de grondcijns
aan de heer en niet meer.
1590, 22 november. P. 117
Michiel Teuwis
als geconstitueerde van Peter Van Hamont en in zijn naam draagt op een
jaarlijkse rente van 10 rinsgulden die Peter jaarlijks heft op het dorp of de
gemeijnte van Coorsel, op alle manieren zoals ze verkregen is zoals blijkt uit
ons register in 1531 op 28 augustus en ook op de gezegelde brief daarvan. Deze
rente gaat ook zijn zuster joufr. Sibilla van Hamont aan, die haar broer Peter
van Hamont heeft geconstitueerd en volkomen macht gegeven om deze rente te
verkopen, transporteren, gicht en goedinge te doen, zoals blijkt in het
document hierna. Peter heeft zich ontgicht tot profijt van Joris Matheuwis
wonend binnen de stad Luijck op voorwaarde dat Joris aan Peter en zijn zuster
een andere rente opdraagt die goed en voldoende is tot tevredenheid van Peter
van 10 rinsgulden, te stellen en opdragen in het land van Luyck of graafschaap
van Loon. Melchior Hemmelers is ter gichte gekomen in de naam van Joris
voorschreven.
Kopije
Op 3 oktober
1590 verschenen bij de notaris in eigen personen Peter Van Hamont wettige zoon
van wijlen Henrick van Hamont, die tijdens zijn leven in Diest woonde 1) en
Georgius Mathei van Heusden wonend nu binnen de stad Luijck 2). Ze verklaren
dat ze een ruil hebben aangegaan. Peter heeft getransporteerd en opgedragen in
zijn naam en ook vanwege zijn zuster joufr. Sibilla Van Hamont, van wie hij de
schriftelijke volmacht heeft verkregen op 10 juli 1590 gepasseerd voor notaris
Henrick Rockart, een jaarlijkse en erfelijke rente van 10 gulden Brabants die
ze beiden samen trokken op de gemeente en de inwoners van Coorsel volgens de
gezegelde brief ervan voor de bank van Lumpnen ter Brabantse aarde van de
buiten bank op 28 augustus 1531 opgemaakt. Peter heeft de brief overgegeven aan
Georgius. Peter heeft in zijn naam en die van zijn zuster aan Georgius
getransporteerd bij deze een pacht (intrest) van de voorschreven 10 gulden
gevallen op 1 september laatstleden. In deze 10 gulden jaarlijks belooft Peter
hierna Georgius altijd los en vrij te houden; daarvoor verbindt hij al zijn
goederen. Daartegen belooft Georgius dat hij Peter aan goede panden 10 gulden
jaarlijks Brabants zal assigneren in het land van Luik of in het graafschap
Loon tot tevredenheid van Peter. Om deze gichte te transporteren vaardigt Peter
Melchior Hemelers, Michiel Theunis en alle brengers van deze af om Georgius in
deze 10 gulden te gichten in Lummen. Opgemaakt in Luyck in het woonhuis van de
notaris in presentie van Lambrecht Jan Stapel als getuigen. Tevens was aanwezig
Johan Molendino procureur aan het geestelijk hof van Luyck ook als getuige. Was
ondertekend Francus Stapel, notaris bij de Raad van Brabant geadmitteerd.
1590, 13 oktober. P. 118
Ffrans Ooms heeft gewenst om zich te vermomberen en
Henrick Pleers en Ffrans Brayens zijn hem geleverd als mombers en ze hebben de
eed gedaan voor het recht.
1590, 13 oktober. P. 118
Dadelijk daarna heeft Ffrans Ooms voorschreven met zijn
geleverde mombers ontvangen en weer opgedragen 2 stukken land genaamd 'dije
Hoeffven', die grenzen Joris Matheuwis O; nog na 'het Muysen Huysken' komend
met het vaargat uit; nog een beemdje achteraan gelegen nae Eeversloo'; nog een
half euwssel naast 'die Hoeve' aan gelegen, na de dood van Gritten Smeets,
volgens de voorwaarden daarvan. Opgedragen aan Jan Wouters voor 40 gulden Brabants
boven de lasten die eraan uitgaan, behalve de grondcijns en nog 3 gulden
jaarlijks waar het goed mee belast is, die ook niet in mindering komen. Als borg
voor eventuele bijkomende lasten, stelt Ffrans aan Jan als borg en onderpand
een beemdje gelegen op 'dije Olre Voert', dat grenst sheeren straet W, Wilbordt
Vanden Eijnde O en Jan voorschreven is in het goed gegicht en gegoed met recht.
Opgemaakt voor de schepenen van Coorssel op 13 oktober 1598.
1590, 13 juni. P. 118v
Jan Hommans heeft ontvangen en dadelijk daarna opgedragen
een stuk land genaamd 'den Hoenrick', dat grenst Huybrecht Huyben W, Jan Leysen
O en des heeren straet 3). Hij heeft zich ontgicht en heeft Gielis Mentens erin
gegicht met recht. Dit gebeurt in ruil op een stuk land gelegen in Voirtten,
dat grenst Vranck Swinnen erfgenamen W, Jan Vanden Eerwech O en des heeren
straet 3). Gielis heeft dit ontvangen in de naam van zijn huisvrouw en met haar
instemming opgedragen aan Jan Hommans, die erin gegicht is met recht. Jan
Hommans zal aan Gilis' huisvrouw voor een kermis of spelgeld 10 gulden geven.
Lycoop 23 stuivers, voor de kerk 1 gulden. Opgemaakt voor de schepenen van
Coorsel op 13 juni 1590.
1590, 01 december. P. 118v
Pauls Van Houdt als momber van zijn huisvrouw Maria Knaep
heeft gereliveerd haar goed en kindsgedeelte dat haar na de dood van haar
ouders is aangekomen. Hij is erin gegicht met recht.
1590, 01 december. P. 118v
Pauls Van Houdt heeft, met instemming van zijn huisvrouw
voorschreven opgedragen huis en hof in Coorssel gelegen, die grenzen sheeren
straete N, Gielis Mentens O en zijn eigen Loons goed W en Z. Opgedragen aan
Peter Convents als hoofdpand voor 3,5 gulden jaarlijks. Eerste valdag op
Sint-Gielisdag eerstkomend 1591. Pauls ontving ervoor 50 gulden kapitaal Brabants
gevalueerd geld. Als bijpand draagt Pauls zijn kindsgedeelte op dat hij nu
heeft en zal bekomen. Pauls belooft deze rente jaarlijks los en vrij te
betalen. Peter is in de 3,5 gulden jaarlijks gegicht met recht.
Naschrift p. 118v
Op 30 september 1595 heeft Peeter Convents de panden
gekweten van Pauls Van Houdt van de voorschreven 3,5 rinsgulden jaarlijks.
Alles is betaald. Peter moet de erfbrief binnen brengen indien hij er een
heeft.
1590, 01 december. P. 119
Peeter Pelsers alias Schrijvers als momber van zijn
huisvrouw Marie Hillen heeft verzocht te reliveren he patrimoniegoed van zijn
huisvrouw dat aan haar is toevallen na de dood van haar ouders. Het is hem in
de naam van zijn huisvrouw verleend met recht.
1590, 01 december. P. 119
Dadelijk daarna heeft Peeter Pelsers met instemming van
zijn huisvrouw Maria Hillen opgedragen een stuk land genaamd 'den
Valckenborch', dat grenst sheeren straet 1) en 'het Moelen Goet' aan de andere
zijden, tot profijt van Peter Convents als hoofdpand voor 11 rinsgulden
jaarlijks. Hiervoor ontving Peeter 150 gulden Brabants lopend geld. Zo ook
kwijten en met volle intrest. Als bijpand draagt Peter op een beemd genaamd
'den Wiericx Beempt', die grenst Jan Van Postel W, Jan Reyners O en Meuwis
Tielens erfgenamen Z. Valdag is op Egidius eerstkomend en los en vrij te
betalen van eender welke vorm van belastingen. Peter en zijn erfgenamen zullen
mogen volstaan met 10,5 gulden indien ze betalen op Maria geboorte of eerder.
Peter Convents is in de 11 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
Akte doorstreept. Marge p. 119.
Op 22 januari(?) 1614 heeft Henrick Convents als erfgenamen
van Peter Convens zaliger de panden gekweten van Peeter Beckers of Scruers in
deze gichte beschreven. Hij is ten volle voldaan van kapitaal en verlopen.
Henrick stemt in met de cassatie van de erfbrief.
1591, 23 juni. P. 122
Deze gichte is doorstreept en in de marge staat: vacat.
Jan Stevens heeft opgedragen huis en hof gelegen onder
Coersel, die grenzen Jacob Beckers 1) en Catlijn tSrijcken 2), met nog een stuk
broek genaamd 'den Exterman' dat grenst de pastoor van Coersel 1) en sheeren
straet aan de andere zijden. Opgedragen als pand voor 7 rinsgulden jaarlijks,
te betalen op Sint-Jan Baptistendag, los en vrij van eender welke vorm van
belastingen. Jan ontving 100 gulden Brabants lopend geld. Zo ook afleggen en
met volle intrest. Reyner Scepers is tot profijt van de erfgenamen Hendric,
Andreas Wijnants en echtgenote in de 7 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed
met recht.
Naschrift: gekweten in
1591 op 21 november.
1591, 15 juni. P. 122
Bartholomeus Smeets heeft ontvangen en daarna opgedragen
met instemming van zijn huisvrouw, die aanwezig is en instemt, de erven die hem
vanwege zijn huisvrouw Margriet Wijnen in deling zijn toegekomen, namelijk een
stuk land gelegen te Voerten onder Coersel, dat grenst 'die Hoexelaer Straet'
O, Peter Convents en Dionijs Joris N en Marie Baullekens (?) Z; nog een stuk
broek gelegen in Vuertten, dat grenst Jan Homans N en Catharijn tSrycken Z,
zowel Brabants als laet in een koop begrepen. Verkocht aan Henrick Wynen voor
300 gulden Brabants (20 stuivers voor de gulden gerekend). Hierna zullen alle
lasten in mindering komen die aan het goed bevonden worden behalve sheeren
grondcijns die niet in mindering komt. Aan de vrouw voor een kermis 10
rinsgulden, goitspenninck 5 stuivers, een vat lijcoop. Henrick is erin met
recht ter gichte gekomen.
1591, 06 april. P. 123
Claes Valentijns heeft opgedragen 2 wijertjes gelegen
'aen den Hoermans Hoff', die grenzen sheeren aert rondom. Verkocht aan
Valentijn Valentijns voor 14 rinsgulden eens, 20 stuivers lycoeps, goitspenninck
1 stuiver. Valentijn werd erin gegicht met recht.
Afgewerkt 17 juli 2026.